Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9595

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11462786 MB VERZ 24-1760
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:24 AwbArt. 4:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding beslistermijn en dwangsom

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor 11 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op 4 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de rechtbank.

De kern van het beroep betrof de weigering van de officier van justitie om een dwangsom toe te kennen wegens overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie de beslistermijn van 16 weken, met een verlenging van 10 weken, had overschreden. Hierdoor was een dwangsom verschuldigd over een periode van 37 dagen.

De rechtbank berekende de dwangsom en stelde vast dat betrokkene nog een bedrag van €315,- plus wettelijke rente toekomt. Het beroep tegen de inhoudelijke boete werd ongegrond verklaard omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het beroepschrift alleen betrekking had op de dwangsom.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 13 november 2025 en is openbaar. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en betrokkene krijgt een resterende dwangsom van €315,- plus wettelijke rente toegekend, het beroep tegen de boete zelf wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11462786 \ MB VERZ 24-1760
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Julianalaan te Breda op 4 maart 2023 om 09:25 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de dwangsom foutief is berekend. De dagtekening van de beslissing is niet de datum waarop betrokkene de beslissing heeft ontvangen dan wel feitelijk is verzonden. De beslissing is door gemachtigde ontvangen op 2 januari 2024. Gemachtigde verwijst naar correspondentie tussen het CVOM en het kantoor van gemachtigde. Gemachtigde verzoek de dwangsom vast te stellen, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat gemachtigde geen recht heeft op een hogere dwangsom.

Overwegingen

Dwangsom
Op grond van artikel 7:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de officier van justitie beslissen binnen 16 weken vanaf het einde van de beroepstermijn. De beroepstermijn eindigde in dit geval op 26 april 2023 (6 weken na datum beschikking).
De officier van justitie heeft per brief van 8 augustus 2023 de beslistermijn met tien weken verlengd. Dit betekent dat de officier van justitie uiterlijk op 25 oktober 2023 een beslissing had moeten nemen. De officier van justitie heeft op 31 oktober 2023 een ingebrekestelling ontvangen.
De eerste dag waarover een dwangsom verschuldigd is, de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de beslistermijn is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. [1]
De laatste dag waarover een dwangsom verschuldigd is, is de dag van verzending.
Dit betekent dat de officier van justitie tot en met 14 november 2023 de tijd had om te beslissen. Bij brief van 13 december 2023 heeft de officier van justitie beslist op het administratief beroep. De kantonrechter hanteert, onder verwijzing naar ECLI:NL:GHARL:2025:4952, als verzenddatum de zevende dag na de dagtekening van de brief. Dat is in dit geval dus 20 december 2023.
Dit betekent dat de officier van justitie aan betrokkene voor 37 dagen (14 november 2023 tot en met 20 december 2023) een dwangsom heeft verbeurd. De berekening van die dwangsom is als volgt:
14 dagen x € 23,- = € 322,-
14 dagen x € 35,- = € 490,-
9 dagen x € 45,- =
€ 405,-
€ 1.217,-
De officier van justitie heeft al een bedrag van € 902,- betaald, waardoor de nabetaling €315,- bedraagt.
Overschrijding redelijke termijn
De kantonrechter constateert dat het beroepschrift uitsluitend gericht was tegen de weigering een dwangsom toe te kennen. Er is niets aangevoerd tegen het andere (inhoudelijke) onderdeel van de beslissing over de boete. Daarmee is dat onderdeel in rechte komen vast te staan, zodat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn inzake de boete.
Het beroep wordt voor zover het ziet op de dwangsom gegrond verklaard. Voor het overige is het beroep ongegrond.
Proceskosten
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, omdat volgens vaste jurisprudentie (ECLI:NL:GHARL:2021:4778) daarvoor geen aanleiding bestaat bij een beroepschrift dat enkel is gericht op het toekennen van een dwangsom.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij (deels) is geweigerd een dwangsom toe te kennen;
  • stelt vast dat de officier van justitie aan betrokkene een resterende dwangsom is verschuldigd van € 315,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;
  • verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.artikel 4:17, lid 3 Awb