Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor 11 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op 4 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de rechtbank.
De kern van het beroep betrof de weigering van de officier van justitie om een dwangsom toe te kennen wegens overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie de beslistermijn van 16 weken, met een verlenging van 10 weken, had overschreden. Hierdoor was een dwangsom verschuldigd over een periode van 37 dagen.
De rechtbank berekende de dwangsom en stelde vast dat betrokkene nog een bedrag van €315,- plus wettelijke rente toekomt. Het beroep tegen de inhoudelijke boete werd ongegrond verklaard omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het beroepschrift alleen betrekking had op de dwangsom.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 13 november 2025 en is openbaar. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.