ECLI:NL:RBZWB:2025:9211
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over inkomstenbelastingfraude en retourvordering
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin deze zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van zijn verzoek. Opposant vordert dat de belastingdienst zorgvuldig onderzoek doet naar fraude met zijn inkomstenbelasting over de jaren 2006, 2007 en 2008, en dat hij recht heeft op retournering van een bedrag van €22.301,- vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank oordeelt dat zij op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen kan oordelen over besluiten of onrechtmatige voorbereidingshandelingen van besluiten, en dat er in deze zaak geen sprake is van een besluit. De bestuursrechter is daarom onbevoegd om te oordelen over het verzoek tot schadevergoeding of retournering van bedragen die mogelijk frauduleus zijn ingehouden.
Opposant verzoekt tevens dat de minister wordt opgedragen een toezegging uit juni 2023 na te komen om het onderzoek naar de fraude met spoed af te handelen. De rechtbank oordeelt dat een toezegging tot onderzoek geen besluit is en dat ook hierover de bestuursrechter onbevoegd is. De rechtbank bevestigt dat alleen de civiele rechter bevoegd is in deze zaak.
Het verzet wordt ongegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak van 5 augustus 2025 in stand blijft. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt haar onbevoegdheid om te oordelen over het verzoek tot retournering van fraudebedragen en het afdwingen van onderzoek.