ECLI:NL:RBZWB:2025:5101

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 24/7370
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid van de bestuursrechter in schadeverzoek tegen de minister van Financiën

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 5 augustus 2025, wordt de onbevoegdheid van de bestuursrechter behandeld in een schadeverzoek van verzoeker tegen de minister van Financiën. Verzoeker had een verzoek ingediend om schadevergoeding vanwege een registratie in het Fraude Signalering Voorziening (FSV) systeem, waarin zijn persoonsgegevens waren opgenomen. De rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om het verzoek te behandelen, omdat er geen besluit voorligt waarover de bestuursrechter kan oordelen. De rechtbank legt uit dat de mogelijkheid om schadevergoeding te vragen bij de bestuursrechter nog niet in werking is getreden voor schade veroorzaakt door besluiten van de belastingdienst. Verzoeker wordt geadviseerd om zich tot de burgerlijke rechter te wenden voor zijn schadeverzoek. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en bepaalt dat het griffierecht aan verzoeker wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7370

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

de minister van Financiën, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het (schade)verzoek van verzoeker.
1.1
Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk

Beoordeling door de rechtbank

2. De bestuursrechter is onbevoegd om het verzoek te behandelen. Hierna wordt uitgelegd waarom de bestuursrechter onbevoegd is.
Voorgeschiedenis
3. De gegevens van verzoeker stonden opgenomen in het Fraude Signalering Voorziening systeem (FSV). De persoonsgegevens van verzoeker waren verwerkt in de FSV. In dit systeem stond bij de rubriek ‘aantekeningen’: ‘komt uit dagboek PIT, tabblad aangiftefraude.’ Bij de jaren 2006, 2007 en 2008 staan daarbij bedragen vermeld tot een totaalbedrag van € 22.301.
3.1
Met de brief van 28 november 2021 heeft verzoeker aan verweerder gevraagd om hem een schadevergoeding te betalen.
3.2
Met de brief van 20 juni 2023 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat de registratie in de FSV geen gevolgen heeft gehad.
3.3
Verzoeker heeft aanvullende stukken ingebracht ter onderbouwing van zijn schadeverzoek.
3.4
Met de brief van 17 april 2024 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat zijn verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze brief.
3.5
Met de brief van 15 mei 2024 is aan verzoeker meegedeeld dat de aanvullende stukken die verzoeker heeft ingediend op 16 april 2024 nog zorgvuldig zullen worden beoordeeld en dat hij een herzien besluit kan verwachten.
3.6
Met het besluit van 17 september 2024 is het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij is meegedeeld dat de brief van 17 april 2024 wordt ingetrokken omdat niet alle door verzoeker overgelegde informatie betrokken was bij de beoordeling van zijn verzoek.
3.7
Nadat verweerder de aanvullende informatie heeft beoordeeld, is bij brief van 28 november 2024 opnieuw aan verzoeker meegedeeld dat zijn verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Procesverloop
4. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 september 2024. Daarbij heeft hij aan de rechtbank, team bestuursrecht, verzocht om opdracht te geven aan verweerder om uitvoering te geven aan de brief van 15 mei 2024. Tevens heeft hij de rechtbank gevraagd te benadrukken dat verweerder zorgvuldig onderzoek moet doen naar de kwestie IB-fraude over de jaren 2006, 2007 en 2008 en na te gaan of sprake moet zijn van retournering van het bedrag van € 22.301. Verzoeker heeft de rechtbank gevraagd te bepalen dat het onderzoek binnen 4 maanden moet zijn afgerond.
4.1
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank onbevoegd is een oordeel te geven over de afwijzing van het schadeverzoek.
4.2
In reactie op het verweerschrift heeft verzoeker gesteld dat hij geen schade vraagt vanwege een FSV-registratie. Hij vraagt schadevergoeding omdat er fraude gepleegd is met zijn inkomstenbelasting over de jaren 2006, 2007 en 2008. Dit staat vermeld in de FSV-registratie. Omdat niet duidelijk is of dit ten nadele van zijn financiën is gebeurd, vraagt hij de rechtbank te bepalen dat de belastingdienst zorgvuldig onderzoek moet doen en na moet gaan of er nog een bedrag aan hem moet worden geretourneerd. In het geval de belastingdienst dit niet wil doen, verzoekt hij de rechtbank om te bepalen dat verzoeker recht heeft op de helft van het fraudebedrag vermeerderd met wettelijke rente.
Overwegingen rechtbank
Strekking van het verzoek
5. Duidelijk is dat verzoeker geen oordeel van de bestuursrechter wil over de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar zoals neergelegd in de beslissing op bezwaar van 17 september 2024. Ook is duidelijk geworden dat verzoeker geen schadeverzoek doet vanwege (mogelijk) geleden schade door de FSV-registratie.
Wat kan de bestuursrechter doen?
6. In titel 8.4 van de Awb is de mogelijkheid opgenomen om bij de bestuursrechter te vragen een bestuursorgaan te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding als er sprake is van een onrechtmatig besluit of een onrechtmatige voorbereidingshandeling van een besluit. Deze titel is echter nog niet in werking getreden voor schade veroorzaakt door besluiten of andere handelingen van de belastingdienst. Dit betekent dat de bestuursrechter in belastingzaken alleen bevoegd is te oordelen over een besluit.
6.1
Wat verzoeker aan de bestuursrechter vraagt valt buiten de omvang en strekking van het besluit van 17 september 2024. De bestuursrechter kan, zonder dat er een besluit voorligt, geen opdrachten geven aan een bestuursorgaan of bepalen dat het bestuursorgaan schade moet vergoeden. Het verzoek van verzoeker valt daarom buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter. Dit betekent dat voor verzoeker niet de bestuursrechtelijke weg open staat voor zijn verzoeken. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd het (schade)verzoek van verzoeker te beoordelen. De bestuursrechter kan daarom het verzoek niet in behandeling nemen. Verzoeker zal zich tot de burgerlijke rechter moeten wenden.
7. De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoeker een deurwaarder inschakelen. Het verzoekschrift zal daarom niet doorgestuurd worden naar de burgerlijke rechter.
Conclusie en gevolgen
8. De bestuursrechter zal zich onbevoegd verklaren. Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, zal het griffierecht aan verzoeker worden vergoed.

Beslissing

De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 5 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als verzoeker het niet eens is met deze uitspraak, kan hij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin hij uitlegt waarom hij het niet eens is met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als verzoeker graag een zitting wil om het verzetschrift toe te lichten, moet hij dit in het verzetschrift vermelden