In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 23 april 2025. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken moet beslissen op de aanvraag om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres stelt nu beroep in omdat verweerder dat volgens haar niet heeft gedaan. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting, zoals mogelijk gemaakt door artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn opnieuw een besluit heeft genomen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank bepaalt dat verweerder dit alsnog moet doen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank legt ook een dwangsom op van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,- voor het niet tijdig nemen van een besluit. Eiseres krijgt gelijk, en verweerder moet het griffierecht en proceskosten vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande op 22 december 2025.