ECLI:NL:RBZWB:2025:903
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen een beslissing over een compensatie uit de Catshuisregeling. Nadat de Dienst Toeslagen alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoekster haar beroep in. De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling van de Dienst Toeslagen.
De rechtbank stelde vast dat de Dienst Toeslagen aan het beroep van verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen. Op grond daarvan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legde de vergoeding vast op €453,50, berekend met een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift.
Verzoekster had verzocht om vergoeding van werkelijke proceskosten, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die daarvan afwijken rechtvaardigden. Ook het verzoek van de Dienst Toeslagen om een lagere wegingsfactor toe te passen werd afgewezen. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het griffierecht van €51,- te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.