ECLI:NL:RBZWB:2025:8999
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep inzake kinderopvangtoeslag en verzoek om proceskostenvergoeding
Op 13 oktober 2023 heeft verzoekster een verzoek ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Op 25 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen haar meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie van € 30.000, omdat zij nooit kinderopvangtoeslagen heeft aangevraagd. Het bezwaar dat verzoekster tegen dit besluit heeft ingediend, werd op 24 december 2024 ongegrond verklaard. Hierop heeft verzoekster beroep ingesteld.
Op 4 juni 2025 heeft de Dienst Toeslagen een besluit genomen naar aanleiding van een integrale beoordeling, waarbij wederom geen aanleiding werd gezien om verzoekster als gedupeerde aan te merken. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Op 25 november 2025 heeft de rechtbank verzoekster gevraagd naar haar procesbelang, gezien het recente besluit inzake de integrale beoordeling.
Op 3 december 2025 heeft verzoekster haar beroep ingetrokken, met het verzoek om een beslissing over de proceskosten. De rechtbank heeft op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is om de Dienst Toeslagen in de proceskosten te veroordelen, omdat deze niet geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten is afgewezen.