ECLI:NL:RBZWB:2025:8999

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/964
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep inzake kinderopvangtoeslag en verzoek om proceskostenvergoeding

Op 13 oktober 2023 heeft verzoekster een verzoek ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Op 25 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen haar meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie van € 30.000, omdat zij nooit kinderopvangtoeslagen heeft aangevraagd. Het bezwaar dat verzoekster tegen dit besluit heeft ingediend, werd op 24 december 2024 ongegrond verklaard. Hierop heeft verzoekster beroep ingesteld.

Op 4 juni 2025 heeft de Dienst Toeslagen een besluit genomen naar aanleiding van een integrale beoordeling, waarbij wederom geen aanleiding werd gezien om verzoekster als gedupeerde aan te merken. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Op 25 november 2025 heeft de rechtbank verzoekster gevraagd naar haar procesbelang, gezien het recente besluit inzake de integrale beoordeling.

Op 3 december 2025 heeft verzoekster haar beroep ingetrokken, met het verzoek om een beslissing over de proceskosten. De rechtbank heeft op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is om de Dienst Toeslagen in de proceskosten te veroordelen, omdat deze niet geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/964

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

Dienst Toeslagen.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 13 oktober 2023 een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Met het besluit van 25 januari 2024 is aan verzoekster na de lichte toets meegedeeld dat zij geen recht heeft op de compensatie van € 30.000 omdat zij nooit kinderopvangtoeslagen heeft aangevraagd. Het bezwaar dat verzoekster tegen dit besluit heeft ingediend is met het besluit van 24 december 2024 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
1.1
Met een besluit van 4 juni 2025 heeft Dienst Toeslagen een besluit afgegeven naar aanleiding van de integrale beoordeling. Ook bij de integrale beoordeling heeft Dienst Toeslagen geen aanleiding gezien om verzoekster aan te merken als gedupeerde. Zij heeft daarom geen recht op compensatie. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.2
Met de brief van 25 november 2025 heeft de rechtbank aan verzoekster gevraagd wat haar procesbelang is, nu er een besluit inzake de integrale beoordeling is gegeven. De rechtbank heeft daarbij gewezen op een uitspraak van 24 februari 2025. [1]
1.3
Verzoekster heeft op 3 december 2025 het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek een beslissing te nemen over de proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2.1
Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
2.2
Verzoekster heeft haar beroep tegen het besluit in het kader van de lichte toets ingetrokken nu Dienst Toeslagen haar situatie inmiddels integraal heeft beoordeeld. Dienst toeslagen is echter niet geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Daarom is er geen aanleiding Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten. Ook krijgt verzoekster het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.