ECLI:NL:RBZWB:2025:892
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening kindgebonden budget wegens bijzondere omstandigheden verblijf vreemdeling
Eiseres verzocht herziening van haar recht op kindgebonden budget over 2020 en 2021, nadat de Dienst Toeslagen haar aanvraag had afgewezen en terugvorderingen had opgelegd wegens niet-rechtmatig verblijf.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiseres in de betreffende periode geen rechtmatig verblijf had, bijzondere omstandigheden golden: zij hoefde het land niet te verlaten en kreeg later alsnog een verblijfsvergunning. Hierdoor was de toepassing van artikel 10 Vreemdelingenwet Pro 2000, die recht op toeslagen ontzegt bij geen rechtmatig verblijf, in haar geval onevenredig.
De rechtbank liet de toepassing van deze wettelijke bepaling achterwege en oordeelde dat eiseres recht had op het kindgebonden budget over de jaren 2020 en de eerste helft van 2021. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiseres krijgt recht op kindgebonden budget over 2020 en de eerste helft van 2021; terugvorderingen worden herzien.