ECLI:NL:RBZWB:2025:8840

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
AWB- 25_5373 en AWB- 25_5372 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke zaak betreffende openbaarmakingsbesluiten en bestuurlijke boete op basis van de Wet op de kansspelen

Op 8 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekster, een B.V. uit [plaats], een voorlopige voorziening heeft gevraagd tegen openbaarmakingsbesluiten van de Kansspelautoriteit (Ksa). De Ksa had op 23 januari 2025 een bestuurlijke boete van € 734.000 opgelegd aan verzoekster wegens overtredingen van de Wet op de kansspelen. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze boete en de bijbehorende openbaarmakingsbesluiten. De Ksa heeft de bezwaren ongegrond verklaard, waarna verzoekster de voorzieningenrechter heeft ingeschakeld om de openbaarmaking van de besluiten te schorsen of te beperken tot geanonimiseerde vorm. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de belangen van verzoekster bij het niet openbaar maken van haar naam en naar haar herleidbare gegevens zwaarder wegen dan de belangen van de Ksa bij volledige openbaarmaking. De voorzieningenrechter heeft daarom besloten dat de besluiten alleen geanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt. Deze beslissing geldt tot zes weken na de uitspraak in de bodemzaak. De Ksa is veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 25/5373 en 25/5375
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. F.C. Tolboom en mr. J. Crone),
en

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa

(gemachtigde: mr. R.G.J. Wildemors en mr. drs. T.F. Prins).

Inleiding

1. Deze uitspraak in voorlopige voorziening gaat over twee openbaarmakingsbesluiten van de Ksa.
Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de Ksa aan verzoekster een bestuurlijke boete van € 734.000,- opgelegd voor overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok) en het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen (Bwrvk) (hierna: boetebesluit). Op eveneens 23 januari 2025 heeft de Ksa besloten tot openbaarmaking van het boetebesluit (hierna: openbaarmakingsbesluit I). Daarbij heeft de Ksa ook besloten dat openbaarmakingsbesluit I openbaar zal worden gemaakt. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I. De Ksa heeft de bezwaren ongegrond verklaard in de beslissing op bezwaar van 1 oktober 2025 (hierna: beslissing op bezwaar). Bij besluit van eveneens 1 oktober 2025 (hierna: openbaarmakingsbesluit II) heeft de Ksa besloten tot openbaarmaking van de beslissing op bezwaar. Daarbij heeft de Ksa besloten dat ook het openbaarmakingsbesluit II openbaar zal worden gemaakt.
1.1.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter – samengevat – verzocht de openbaarmaking van de besluiten te schorsen, dan wel te bepalen dat de besluiten alleen in geanonimiseerde vorm openbaar mogen worden gemaakt. De Ksa heeft op de verzoeken gereageerd met een verweerschrift en medegedeeld dat de openbaarmakingsbesluiten worden opgeschort tot 9 december 2025 om 11.00 uur.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe, in die zin dat wordt bepaald dat het boetebesluit, openbaarmakingsbesluit I, de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II alleen geanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.3.
In de beslissing van 20 november 2025 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de behandeling van de verzoeken om voorlopige voorziening met gesloten deuren zal plaatsvinden. Ook heeft de voorzieningenrechter besloten tot gevoegde behandeling van de verzoeken.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 3 december 2025, met gesloten deuren, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon] , legal & compliance manager bij verzoekster, de gemachtigden van verzoekers en de gemachtigden van verweerder.

Totstandkoming van de besluiten

2. Verzoekster is houder van een vergunning voor het organiseren van kansspelen op afstand (online kansspelen), als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de kansspelen (Wok).
2.1.
De Ksa heeft in 2023 extra aandacht besteed aan controle op de zorgplicht, in het bijzonder bij jongvolwassenen (18-24 jaar). De Ksa heeft signalen ontvangen dat vergunninghouders hun zorgplicht niet altijd nakomen. Toezichthouders van de Ksa zijn naar aanleiding hiervan een onderzoek gestart naar – onder andere – verzoekster.
2.2.
Op 27 maart 2023 hebben toezichthouders van de Ksa een informatieverzoek gestuurd aan verzoekster, waarin is gevraagd tien volledige, door de Ksa geselecteerde, spelersdossiers van jongvolwassenen toe te sturen. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een onderzoeksrapport van 18 maart 2024.
2.3.
Bij brief van 4 april 2024 heeft de Ksa verzoekster bericht voornemens te zijn aan haar een bestuurlijke boete op te leggen. Verzoekster heeft een zienswijze ingediend.
2.4.
Met het boetebesluit van 24 januari 2024 heeft de Ksa aan verzoekster een bestuurlijke boete van € 734.000,- opgelegd. De Ksa heeft aan de bestuurlijke boete ten grondslag gelegd dat verzoekster ten aanzien van tien jongvolwassenen in de periode tussen 26 juni 2022 en 27 maart 2023 de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden.
2.5.
Met openbaarmakingsbesluit I heeft de Ksa verzoekster bericht dat het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I openbaar zullen worden gemaakt.
2.6.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I. Ook heeft zij de voorlopige voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat openbaarmakingsbesluit I wordt geschorst dan wel dat de besluiten alleen in geanonimiseerde vorm openbaar mogen worden gemaakt.
2.7.
Met de uitspraak van 10 april 2025 [1] heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster toegewezen, in die zin dat het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I alleen geanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt, zoals nader omschreven in rechtsoverweging 7 van die uitspraak. De voorziening is getroffen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
2.8.
Op 15 april 2025 heeft de Ksa het boetebesluit en het openbaarmakingsbesluit I geanonimiseerd en met weglating van bepaalde gegevens openbaar gemaakt op haar website.
2.9.
Bij beslissing op bezwaar van 1 oktober 2025 heeft de Ksa de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard en het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I in stand gelaten. Ook heeft de Ksa verzoekster met openbaarmakingsbesluit II – van eveneens 1 oktober 2025 – bericht dat de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II openbaar zullen worden gemaakt. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Zij heeft tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorlopige voorziening is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer 25/5373. Verder heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen openbaarmakingsbesluit II en verzocht om een voorlopige voorziening. Deze voorlopige voorziening is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer 25/5375.
Wettelijk kader
3. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
4. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft omdat openbaarmakingsbesluit I en II leiden tot onomkeerbare gevolgen. Met deze besluiten worden het boetebesluit, de beslissing op bezwaar en de besluiten tot openbaarmaking van het boetebesluit en de beslissing op bezwaar openbaar gemaakt terwijl de rechtmatigheid van deze besluiten nog niet vaststaat. Door deze premature bekendmaking zal zij schade leiden.
4.1.
De Ksa heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekster met schorsing van de beslissing op bezwaar niet kan voorkomen dat het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I openbaar worden gemaakt. De grondslag voor de openbaarmaking ligt immers in openbaarmakingsbesluit I zelf en niet in de beslissing op bezwaar of openbaarmakingsbesluit II waarvan verzoekster schorsing heeft gevraagd. Verzoekster heeft niet expliciet om schorsing van openbaarmakingsbesluit I verzocht. Voor wat betreft openbaarmakingsbesluit II betwist de Ksa niet dat openbaarmaking onomkeerbaar is en verzoekster in zoverre bij dit besluit een spoedeisend belang.
4.2.
De voorzieningenrechter overweegt dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen in het geval “onverwijlde spoed” dat vereist. Uitgangspunt van de wet is dat het maken van bezwaar of instellen van beroep de werking van een besluit niet opschort. Bij uitvoering van de openbaarmakingsbesluiten zullen het boetebesluit, openbaarmakingsbesluit I, de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II op zeer korte termijn openbaar worden gemaakt. Openbaarmaking heeft onomkeerbare gevolgen. Uit het verzoekschrift blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende duidelijk dat verzoekster heeft beoogd openbaarmaking van alle vier de besluiten tegen te gaan. Verzoekster heeft zowel tegen het in stand laten van openbaarmakingsbesluit I als het nemen van openbaarmakingsbesluit II rechtsmiddelen aangewend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster bij beide voorlopige voorzieningen een voldoende spoedeisend belang heeft.
Geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel boetebesluit
5. De vraag of de bestuurlijke boete terecht is opgelegd, vergt een indringende toets. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de voorzieningenprocedure zich niet leent voor beantwoording van de vraag of de boete rechtmatig is opgelegd. Verzoekster heeft namelijk alleen pro forma beroep ingesteld en nog geen aanvullende beroepsgronden tegen de in bezwaar gehandhaafde boete ingediend. De gronden die zijn aangevoerd in de verzoeken om voorlopige voorziening zien bovendien ook niet op de rechtmatigheid van de opgelegde boete. Gelet hierop komt de voorzieningenrechter niet toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van de boete.
Geen voorlopig rechtsmatigheidsoordeel openbaarmakingsbesluiten
6. De vraag of het boetebesluit en de beslissing op bezwaar openbaar mogen worden gemaakt, hangt nauw samen met de beoordeling of de Ksa terecht een boete (van dergelijke hoogte) aan verzoekster heeft opgelegd. Zoals hiervoor in rechtsoverweging 5. is uiteengezet, vergt de vraag of de boete terecht is opgelegd een indringende toets. Aan die toets komt de voorzieningenrechter niet toe. De voorzieningenprocedure leent zich daarom evenmin om de rechtmatigheid van de openbaarmakingsbesluiten te beoordelen. De voorzieningenrechter zal haar oordeel daarom beperken tot een belangenafweging.
Belangenafweging
Standpunt verzoekster
7. Verzoekster heeft aangevoerd dat met openbaarmaking van de besluiten in ieder geval dient te worden gewacht totdat er een onafhankelijk oordeel over de rechtmatigheid van de bestreden besluiten is geveld. De besluiten zijn niet rechtmatig. Specifiek voor de openbaarmakingsbesluiten voert zij aan dat artikel 3.1 van de Woo een ontoereikende wettelijke grondslag biedt. Voor de openbaarmaking van bestraffende sancties moet een openbaarmakingsregime in een bijzondere wet zijn opgenomen. Zij wijst in dat verband onder meer op het toekomstige artikel 3.3, tweede lid, onder k van de Woo. Subsidiair voert zij aan dat de openbaarmakingsbesluiten in strijd zijn met de weigeringsgronden neergelegd in de artikelen 5.1, tweede lid, onder d en f én artikel 5.1, vijfde lid van de Woo.
Ter onderbouwing van haar belangen wijst verzoekster er verder op dat openbaarmaking veel (negatieve) publiciteit met zich meebrengt, zij voor reputatieschade vreest, zij een toename van ongefundeerde claims verwacht en financiële schade zal ondervinden onder meer door de hiervoor opgesomde gevolgen. Ter zitting heeft verzoekster aangegeven dat zij na de openbaarmaking van het boetebesluit van [bedrijf] ook meer informatieverzoeken over spelers heeft ontvangen van claimbedrijven en individuele spelers. Tot slot wijst verzoekster er op dat de overtredingen hebben plaatsgevonden vóór de op 1 oktober 2024 in werking getreden gewijzigde regelgeving waarmee de open norm van de zorgplicht nader is ingevuld.
Standpunt verweerder
8. De Ksa heeft aangevoerd dat de belangen van verzoekster niet opwegen tegen het belang van openbaarmaking. De besluiten zijn rechtmatig. De Ksa kan nog niet toetsen aan bepalingen die nog niet in werking zijn getreden en bovendien heeft zij openbaarmaking gebaseerd op artikel 3.1 van de Woo. Op grond van artikel 3.1 van de Woo heeft zij een discretionaire bevoegdheid, vergelijkbaar met artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur. Dat er geen verplichting tot openbaarmaking bestaat, betekent niet dat zij niet bevoegd zou zijn om sanctiebesluiten openbaar te maken. De weigeringsgronden uit de Woo die door verzoekster worden aangevoerd, zijn niet van toepassing.
Dat verzoekster mogelijk enige reputatieschade oploopt, wordt niet betwist, wel dat de mogelijke reputatieschade en gestelde bijkomende gevolgen onevenredig zullen zijn. Verzoekster heeft de gevolgen overdreven en niet onderbouwd. De Ksa hecht eraan sanctiebesluiten openbaar te maken vanwege het maatschappelijke belang om de consument te informeren, te waarschuwen voor bepaalde handelspraktijken van aanbieders van kansspelen en de risico’s die consumenten daarbij lopen. Inzage in het concrete speelgedrag, de omgang daarmee door verzoekster en het toezicht en de handhaving door de Ksa kunnen bij spelers en derden leiden tot bedachtzamere deelname aan online kansspelen, grotere alertheid en grotere meldingsbereidheid. Spelers die door de overtreding schade hebben geleden, zijn ook beter in staat eventueel hun rechten jegens de overtreder geldend te maken. Daarnaast beoogt de Ksa met de openbaarmaking van sanctiebesluiten transparantie te bieden over het functioneren van haar organisatie.
Ten slotte is openbaarmaking van belang in verband met de preventieve werking die van sanctiebesluiten kan uitgaan naar andere ondernemingen en natuurlijke personen. Het kan leiden tot betere naleving van de zorgplicht door vergunninghouders. Bovendien is van belang dat andere vergunninghouders zien hoe de zienswijze en het bezwaarschrift van verzoekster worden beoordeeld. Vergunninghouders voeren namelijk regelmatig (en soms vrijwel precies) dezelfde betogen aan.
Wat vindt de voorzieningenrechter?
9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de openbaarmakingsbesluiten niet evident onrechtmatig zijn. De Ksa kan in beginsel gebruik maken van de in artikel 3.1 van de Woo neergelegde bevoegdheid en is niet gebonden is aan wetgeving die nog niet in werking is getreden. De weigeringsgrond neergelegd in artikel 5.1, tweede lid, onder d van de Woo kan in dit geval niet worden toegepast omdat die grond het belang van de Ksa beoogt te beschermen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de door verzoekster overgelegde gegevens ten behoeve van het onderzoek door de Ksa vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens betreffen die niet openbaar zouden mogen worden gemaakt.
9.1.
Met de Ksa is de voorzieningenrechter het eens dat het maatschappelijk belang van openbaarmaking van het boetebesluit en de andere besluiten zwaar weegt [2] . Openbaarmaking zorgt ervoor dat consumenten worden geïnformeerd over en gewaarschuwd voor de handelswijze van aanbieders van kansspelen, dat over het handelen van de Ksa transparantie bestaat en dat er een preventieve en voorlichtende werking richting andere vergunninghouders uitgaat.
9.2.
Maar anders dan de Ksa is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit belang niet automatisch met zich meebrengt dat sprake moet zijn van volledige openbaarmaking van het boetebesluit. Of ook de naam van verzoekster en naar haar herleidbare gegevens op dit moment al openbaar dienen te worden gemaakt, vergt een nadere belangenafweging.
9.3.
De Ksa heeft in dit kader desgevraagd ter zitting gewezen op het consumentenbelang waaronder het belang van de tien spelers wiens spelersdossiers zijn onderzocht. Zij hebben belang bij bekendmaking van de naam van verzoekster zodat zij kunnen bepalen of zij actie richting verzoekster willen ondernemen. Ook heeft de Ksa gewezen op de belangen van de overige vergunninghouders. Bij geanonimiseerde openbaarmaking worden zij mogelijk ten onrechte geconfronteerd worden met claims doordat niet duidelijk is op welke vergunninghouder het boetebesluit ziet. Tot slot heeft de Ksa gewezen op het belang van de samenleving in zijn geheel, zeker gezien de actualiteit van dit onderwerp.
9.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat aan het belang van de samenleving ook tegemoet wordt gekomen door geanonimiseerde openbaarmaking. Het belang van de samenleving noodzaakt op dit moment niet om ook al de naam en naar verzoekster herleidbare gegevens openbaar te maken.
9.5.
Voor de specifieke belangen van consumenten en vergunninghouders ligt dit mogelijk anders. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het geanonimiseerde boetebesluit blijkt dat het boetebesluit ziet op jongvolwassen spelers die in korte tijd grote bedragen hebben verloren. Concreet wordt vermeld dat verzoekster onder meer verweten wordt dat zij veel hogere maandelijkse stortingslimieten toestond voor deze jongvolwassen spelers dan de nu voor hen geldende storingslimiet van € 150,- en dat het gaat om nettoverliezen van duizenden tot wel tienduizenden euro’s. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het geanonimiseerde boetebesluit voldoende duidelijk blijkt welke gedragingen van verzoekster hebben geleid tot de bestuurlijke boete. Spelers, waaronder de tien spelers wiens spelersdossier bij verzoekster zijn onderzocht, weten bij welke aanbieders zij hebben gespeeld en kunnen ieder voor zich bepalen of zij de in het boetebesluit beschreven gedragingen herkennen. Hierdoor kunnen zij desgewenst actie ondernemen richting verzoekster. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vergt het consumentenbelang – in ieder geval op dit moment – niet dat de besluiten volledig openbaar moeten worden gemaakt.
9.6.
Ter zitting heeft de Ksa verklaard dat er zeventwintig actieve vergunninghouders zijn voor het organiseren van kansspelen op afstand. In haar jaarverslag over 2024 heeft de Ksa opgenomen dat in 2024 aan twee vergunninghouders een bestuurlijke boete wegens overtreding van de zorgplicht was opgelegd, er in 2024 drie onderzoeken gaande waren en er nog twee onderzoeken zouden volgen. De Ksa heeft op zitting toegelicht dat door haar continu toezicht wordt gehouden op de naleving van de zorgplicht. Zij kan echter niet aangeven hoeveel van de vergunninghouders op naleving van de zorgplicht zijn gecontroleerd en wanneer die onderzoeken hebben plaatsgevonden. Wel heeft de Ksa benadrukt dat er ook vergunninghouders zijn waarbij geen overtreding van de zorgplicht is geconstateerd.
De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat door de maatschappelijke aandacht voor de boetebesluiten wegens overtreding van de zorgplicht meer informatieverzoeken en meer schadeclaims bij vergunninghouders zullen worden ingediend door claimbedrijven en individuele spelers. Dat past ook bij de eigen stelling van verzoekster ter zitting dat zij na de publicatie van de bestuurlijke boete die is opgelegd aan [bedrijf] meer informatieverzoeken heeft ontvangen.
De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat de belangen van de andere 26 actieve vergunninghouders onevenredig worden aangetast door het niet openbaar maken van verzoekster haar naam en naar haar herleidbare gegevens. Als de in het boetebesluit omschreven gedragingen door spelers van die vergunninghouders niet worden herkend, is de kans klein dat zij naar aanleiding van het anoniem gepubliceerde boetebesluit van verzoekster een ongefundeerde schadeclaim indienen bij die vergunninghouders.
10. Verzoekster heeft verder aangevoerd dat er nog geen onafhankelijk inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de bestreden besluiten is geveld. Zij heeft in dat verband gewezen heeft op de toename van ongefundeerde claims waarvan zij verwacht dat die bij bekendmaking van haar naam zullen volgen. Dit zal voor haar financiële gevolgen hebben, alleen al door het moeten inschakelen van juridische bijstand voor de afhandeling van deze claims. Ook heeft verzoekster aangevoerd dat de urgentie voor het publiceren van het boetebesluit minder groot is doordat de overtredingen vóór 1 oktober 2024 hebben plaatsgevonden. Na 1 oktober 2024 is de open norm van de zorgplicht uit de Wok met gewijzigde regelgeving nader is ingevuld.
10.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat het openbaar maken van de naam en andere naar verzoekster te herleiden gegevens een onomkeerbaar karakter heeft. Als die gegevens openbaar zijn, is dat niet meer terug te draaien. Dat betekent ook dat het afwijzen van een voorlopige voorziening een beslissing in het bodemgeding zinloos maakt voor zover dit ziet op de openbaarmakingsbesluiten. De voorzieningenrechter acht het ook niet onaannemelijk dat verzoekster bij het bekend worden van haar naam ook een toename zal zien van ongefundeerde schadeclaims met de daarbij behorende financiële gevolgen.
11. Dit alles maakt dat op dit moment het belang van verzoekster bij het niet bekend maken van haar naam en naar haar herleidbare gegevens zwaarder dient te wegen dan de door de Ksa benoemde belangen. Daarom acht de voorzieningenrechter het passend en geboden dat een voorziening wordt getroffen dat in afwachting van de uitspraak in de bodemzaak respectievelijk in afwachting van de beslissing op bezwaar het boetebesluit, openbaarmakingsbesluit I, de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II uitsluitend geanonimiseerd openbaar gemaakt mogen worden. Voor het verder anonimiseren dan waartoe de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 10 april 2025 heeft besloten, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I in geen enkele vorm openbaar worden gemaakt en dat derhalve de anonieme versies daarvan van de website van de Ksa moeten worden verwijderd.
Dit betekent feitelijk dat de anonieme publicatie van het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I op de website van de Ksa gehandhaafd kan blijven. Ook de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II dienen bij publicatie op eenzelfde wijze te worden geanonimiseerd.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter zal de verzoeken om voorlopige voorziening toewijzen. Het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I mogen alleen geanonimiseerd openbaar worden gemaakt, op de wijze zoals bepaald in de uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2025 [3] . Deze voorziening geldt tot zes weken na de uitspraak in beroep.
Voor de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II geldt dat zij alleen geanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt, op eenzelfde wijze als het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit I. Deze voorziening geldt tot zes weken na de beslissing op het bezwaar. Mocht de Ksa instemmen met rechtstreeks beroep [4] dan geldt ook hier de voorziening tot zes weken na de uitspraak in beroep.
12.1.
Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, dient de Ksa aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht te vergoeden.
12.2.
De voorzieningenrechter veroordeelt de Ksa in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,- (tweemaal 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift om voorlopige voorziening, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907-, en een wegingsfactor 1). De verzoeken om voorlopige voorziening zijn gevoegd behandeld, vandaar dat 1 punt voor het verschijnen ter zitting wordt toegekend [5] .

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst de voorzieningen toe, in die zin dat het boetebesluit, openbaarmakingsbesluit I, de beslissing op bezwaar en openbaarmakingsbesluit II alleen geanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt, zoals nader omschreven in rechtsoverweging 12. van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de voorziening in de zaak met nummer 25/5373 geldt tot zes weken na de uitspraak in beroep;
  • bepaalt dat de voorziening in de zaak met nummer 25/5375 geldt tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
  • bepaalt dat de Ksa het griffierecht van in totaal € 770,- aan verzoekster moet vergoeden;
  • veroordeelt de Ksa tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet op de kansspelen (Wok)
Artikel 31a, eerste lid, bepaalt dat de raad van bestuur bedoeld in artikel 33a, vergunning kan verlenen tot het organiseren van kansspelen op afstand.
Wet open overheid
Artikel 3.1, eerste lid, bepaalt dat het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, bij de uitvoering van zijn taak uit eigen beweging de bij het bestuursorgaan berustende informatie neergelegd in documenten voor eenieder openbaar maakt, indien dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid en 5.2 aan openbaarmaking in de weg staan of met de openbaarmaking geen redelijk belang wordt gediend. Deze informatie betreft in ieder geval informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie.
Artikel 5.1, tweede lid, bepaalt dat het openbaar maken van informatie eveneens achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onder c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;
Artikel 5.1, vijfde lid bepaalt dat in uitzonderlijke gevallen openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie achterwege kan blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.

Voetnoten

2.Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2025:5728.
3.ECLI:NL:RBZWB:2025:2138, rechtsoverweging 7.
4.Kort voor de zitting van 3 december 2025 heeft verzoekster de Ksa verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep.
5.Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.