ECLI:NL:RBZWB:2025:8834
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek geluidswand in afwijking van vergunning onder Omgevingswet
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 11 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhavend op te treden tegen de realisatie van geluidswanden in afwijking van de verleende omgevingsvergunning beoordeeld. Eiser, woonachtig nabij de geluidswanden, had eerder bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen had op 14 maart 2023 het handhavingsverzoek van eiser afgewezen, wat door de rechtbank op 4 februari 2025 gedeeltelijk werd vernietigd. De rechtbank oordeelde dat het college een nieuw besluit moest nemen voor geluidswand C, maar dat de afwijzing voor de andere geluidswanden niet-ontvankelijk was. Op 1 mei 2025 heeft het college het verzoek opnieuw afgewezen, wat leidde tot het huidige beroep.
De rechtbank concludeert dat de geluidswand C, die langs het woonperceel van eiser is gebouwd, onder de nieuwe Omgevingswet vergunningsvrij kan worden uitgevoerd, omdat de technische afwijkingen van de vergunning niet meer als overtreding worden beschouwd. De rechtbank stelt vast dat er geen sprake is van een overtreding, omdat de geluidswand niet hoger is dan 5 meter en de technische aspecten onder de nieuwe wetgeving vergunningsvrij zijn. Eiser's beroep wordt ongegrond verklaard, en er is geen aanleiding om het college te veroordelen in het terugbetalen van griffierecht. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.