Uitspraak
1.[eiser 1] ,en
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Parl. Gesch. Boek 6, p. 37 en 614-615 (TM)). Daaruit volgt dat wanneer bij een vordering tot schadevergoeding voor wat betreft het onrechtmatig handelen niet méér wordt gesteld dan de enkele tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen in beginsel niet als grondslag voor toewijzing in aanmerking komt. Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatig handelen kan pas aan de orde zijn indien onafhankelijk van het schenden van de overeenkomst sprake is van onrechtmatig handelen (zie HR 13 juni 1913, NJ 1913/787 en HR 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:144, r.o. 3.3.4).