Eiseres, voormalig wijkziekenverzorger, kreeg op 17 oktober 2023 een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na bezwaar van haar ex-werkgever heeft het UWV op 22 augustus 2024 de uitkering beëindigd omdat eiseres volgens een herbeoordeling minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiseres stelde dat haar belastbaarheid wisselend is en dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, onderbouwd met een expertiserapport. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) paste de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan, maar verwierp een beperking voor geknield of gehurkt actief zijn. De rechtbank volgde deze motivering en concludeerde dat de geduide functies passend zijn.
De arbeidsdeskundige b&b bevestigde dat de functies geschikt zijn binnen de aangepaste FML. De rechtbank oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld en dat de uitkering terecht is beëindigd per 4 oktober 2024. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard. Vanwege een motiveringsgebrek moest het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.