Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 19 februari 2024 voor zover deze betrekking heeft op de kostenvergoeding;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.077,50 (€ 624,- voor de bezwaarfase + € 453,50 voor de beroepsfase);
- stelt de door de heffingsambtenaar te betalen dwangsom vast op € 777,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar om de wettelijke rente over dit bedrag aan belanghebbende te betalen, vanaf 15 april 2024 tot de dag waarop het bedrag is betaald;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
- beslist dat voor zover de proceskostenvergoeding en het te vergoeden griffierecht niet tijdig worden betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.