ECLI:NL:RBZWB:2025:8453

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/3065
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij naheffingsaanslag parkeerbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag op 6 mei 2024 vernietigd en toegezegd het betaalde bedrag te restitueren. Hierdoor is het beroep feitelijk overbodig geworden omdat er geen financieel belang meer bestaat voor belanghebbende. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen procesbelang heeft bij het voortzetten van het beroep.

Belanghebbende gaf aan dat zijn vrouw ook een bekeuring ontving, maar de rechtbank benadrukt dat haar bezwaar en beroep afzonderlijk moeten worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

Omdat het bestuursorgaan aan de klachten van belanghebbende tegemoet is gekomen, wordt de heffingsambtenaar gelast het betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het betaalde griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3065

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 maart 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2.1.
Belanghebbende komt in beroep, omdat hij het niet eens is met de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar ongemotiveerd heeft gesteld dat belanghebbende te weinig parkeerbelasting heeft betaald.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar op 6 mei 2024 de naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft vernietigd. Belanghebbende is gevraagd om het beroep in te trekken. Belanghebbende heeft hierop gereageerd en geeft aan dat zijn vrouw ook een bekeuring heeft gekregen en dat de parkeersituatie dus nog hetzelfde is. Belanghebbende wilt weten hoe de rechter tegen de kwestie aankijkt.
2.3.
De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag vernietigd en toegezegd dat het bedrag van de naheffingsaanslag zal worden gerestitueerd. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanslag geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. [1] Dit betekent dat er geen procesbelang meer is. De vrouw van belanghebbende kan, als zij het niet eens is met de aan haar opgelegde naheffingsaanslag, daartegen (binnen de daarvoor geldende termijnen) zelf bezwaar en beroep instellen. De rechtbank kan deze niet binnen deze procedure beoordelen.
2.4.
De rechtbank verklaart daarom het door belanghebbende ingestelde beroep wegens gebrek aan belang kennelijk niet-ontvankelijk.
2.5.
In gevallen waarin een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het bestuursorgaan geheel aan de klachten van de belanghebbende tegemoet is gekomen, behoort de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht te worden gelast. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vgl. Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43.