ECLI:NL:RBZWB:2025:8416

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-020918
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 37 SvArt. 398 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand niet-advocaat na sepot strafzaak

Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand na sepot van de strafzaak. Hij maakte kosten voor bijstand door een juridisch adviseur, geen advocaat, en verzocht om vergoeding van €243,75 plus een forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoek.

De rechtbank heeft het verzoek behandeld en de officier van justitie gehoord. De rechtbank oordeelt dat artikel 530 Sv Pro alleen vergoeding toekent voor kosten van rechtsbijstand door een raadsman zoals bedoeld in artikel 37 Sv Pro, namelijk een advocaat die is ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten of als raadsman is toegelaten.

Omdat verzoeker werd bijgestaan door een juridisch adviseur die niet aan deze voorwaarden voldoet, komen de kosten niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank wijst het verzoek daarom af. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen omdat de bijstand niet door een raadsman is verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 96-214079-25
raadkamernummer : 25-020918
datum : 14 oktober 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:’
[verzoeker]geboren op [datum] 1974 te [plaats],
domicilie kiezende te [adres]
bijgestaan door de gemachtigde [gemachtigde]

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 18 augustus 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 243,75, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 15 juli 2025;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie gehoord.
Verzoeker en zijn gemachtigde zijn behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat de strafzaak tegen verzoeker is geseponeerd. Verzoeker heeft kosten gemaakt voor de aan hem verleende rechtsbijstand door zijn gemachtigde en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 243,75, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan het begrip “raadsman” in artikel 530 lid 2 Sv Pro geen andere betekenis toekomt dan dat begrip heeft in artikel 37 Sv Pro. Onder de in artikel 530 lid 2 Sv Pro bedoelde kosten van een raadsman kunnen daarom alleen worden begrepen kosten die zijn gemaakt door een advocaat die is ingeschreven op
het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten of die overeenkomstig artikel 37 lid 2 Sv Pro als raadsman is toegelaten.
Kosten van door een derde, niet zijnde een advocaat, beroepsmatig verleende rechtsbijstand
kunnen derhalve niet onder kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530 lid 2 Sv Pro worden begrepen. Verzoeker heeft zich in casu bij laten staan door een juridisch adviseur. [gemachtigde]. [gemachtigde] staat niet ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten en is niet overeenkomstig artikel 37 lid 2 Sv Pro als raadsman toegelaten. Gelet op het vorenstaande komen de kosten van de gestelde werkzaamheden die zijn uitgevoerd niet voor vergoeding in aanmerking.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 530 Sv Pro ziet op rechtsbijstand verleend door een raadsman. Voor de vraag wat in dit verband onder “raadsman” moet worden verstaan, heeft de rechtbank in lijn met het recente arrest van de Hoge Raad naar aanleiding van het door Procureur-Generaal Bleichroth ingestelde beroep in cassatie tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden van 6 mei 2021 in het belang van de wet (
HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:344) aansluiting gezocht bij artikel 37, eerste lid, Sv. Hieruit volgt dat als raadslieden worden toegelaten de op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten ingeschreven advocaten. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door een juridisch adviseur, die niet is ingeschreven in het landelijk advocatentableau van de Nederlandse Orde van Advocaten en die ook niet overeenkomstig artikel 37, tweede lid, Sv als raadsman is toegelaten. Voornoemde regeling hangt ermee samen dat in strafzaken de verlening van rechtsbijstand plaatsvindt door een advocaat, waarbij die rechtsbijstandverlening (in strafzaken) is omgeven met waarborgen die er in het bijzonder in bestaan dat een advocaat is gebonden aan de wet- en regelgeving die op het optreden als advocaat van toepassing zijn en is onderworpen aan het tuchtrecht. Hieruit volgt dat onder de kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530, tweede lid, Sv ook niet kunnen worden begrepen de kosten van degene die op grond van artikel 398, aanhef en onder 2°, Sv de verdachte vertegenwoordigt op de terechtzitting in de strafzaak bij de kantonrechter. En in het verlengde daarvan, het opstellen van een verzetschrift tegen een strafbeschikking. De in die bepaling genoemde vertegenwoordiging door een gemachtigde/juridisch adviseur kan immers niet worden gelijkgesteld met het verlenen van rechtsbijstand door een raadsman. Nu verzoeker niet door een raadsman als bedoeld in artikel 37 Sv Pro is bijgestaan, acht de rechtbank geen gronden aanwezig voor toekenning van de gevraagde vergoeding.
De rechtbank zal het verzochte bedrag aan kosten rechtsbijstand dan ook afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding af.
Deze beslissing is op 28 oktober 2025 genomen door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 oktober 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.