Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:344

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
22/02175
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie in het belang der wet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 lid 2 SvArt. 37 SvArt. 28 SvArt. 398 lid 2 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg begrip kosten van een raadsman in strafprocesrecht

De Hoge Raad heeft in dit arrest het begrip 'kosten van een raadsman' in artikel 530 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering uitgelegd. De zaak betrof een verzoek tot vergoeding van kosten gemaakt door een juridisch adviseur die geen advocaat is, in een strafzaak die zonder strafoplegging bij de kantonrechter eindigde.

Het hof had de vergoeding toegekend, stellende dat ook kosten van een derde, niet zijnde advocaat, beroepsmatig verleende rechtsbijstand in een procedure bij de kantonrechter onder het begrip 'kosten van een raadsman' vallen. De procureur-generaal stelde zich hiertegen op het standpunt dat alleen kosten van een advocaat die op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten is ingeschreven of als raadsman is toegelaten, onder dit begrip vallen.

De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het begrip 'raadsman' in artikel 530 lid 2 Sv Pro dezelfde betekenis heeft als in artikel 37 Sv Pro. Dit betekent dat alleen kosten van een advocaat die rechtsbijstand verleent, voor vergoeding in aanmerking komen. Kosten van andere juridische adviseurs die geen advocaat zijn, kunnen niet worden vergoed. De beschikking van het hof werd daarom vernietigd in het belang van de wet.

Dit arrest benadrukt het belang van de wettelijke waarborgen rond rechtsbijstandverlening door advocaten, zoals inschrijving op het tableau en tuchtrecht, en sluit vergoeding van kosten van niet-advocaat juridisch adviseurs in strafzaken uit.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking die vergoeding toekende voor kosten van een niet-advocaat juridisch adviseur in een strafzaak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02175 CW
Datum7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 mei 2021, AV-nummer 000051-21, in de vordering tot cassatie in het belang van de wet
tegen
[de verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verzoeker.

1.De beschikking van het hof

Bij de beschikking van het hof is aan de verzoeker een vergoeding toegekend ten laste van de Staat voor de kosten die als gevolg van een strafzaak tegen de verzoeker zijn gemaakt.

2.Het cassatieberoep

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van de beschikking van het hof.

3.Beoordeling van het cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat onder het begrip ‘de kosten van een raadsman’ als bedoeld in artikel 530 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ook moeten worden begrepen de kosten van door een derde, niet zijnde een advocaat, beroepsmatig verleende bijstand in een procedure bij de kantonrechter.
3.2
Het hof heeft aan de verzoeker een vergoeding als bedoeld in artikel 530 lid 2 Sv Pro toegekend. De beschikking van het hof houdt daarover onder meer het volgende in:
“Beoordeling van het verzoek
Uit het onderzoek in openbare raadkamer is – voor zover hier van belang – het navolgende gebleken:
- bij onherroepelijk vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen van 4 maart 2020, parketnummer 96-200407-19, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;
- verzoeker heeft zich in de strafzaak laten bijstaan door [betrokkene 1] van [A] Rechtspraktijk.
- verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend;
- verzoeker heeft aangevoerd dat hij ten gevolge van de strafzaak kosten heeft gemaakt, te weten:
o kosten rechtsbijstand 7.7 uur x € 150,00 : € 1.155,00
(…)
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kosten van rechtsbijstand niet kunnen worden toegewezen. Verzoeker heeft zich in de strafzaak laten bijstaan door een juridisch adviseur, te weten [betrokkene 1] van [A] Rechtspraktijk. Nu de rechtsbijstand niet is verleend door een op het tableau ingeschreven advocaat, is geen sprake van kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530 Sv Pro. Om diezelfde reden is er geen grond voor vergoeding van de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Tot slot is de officier van justitie van mening dat bij gebreke van onderbouwing de verzochte verletkosten evenmin kunnen worden toegewezen.
De advocaat-generaal heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat de kosten voor rechtsbijstand op gronden van billijkheid kunnen worden toegewezen. De inspanningen van de juridisch adviseur hebben het belang van het onderzoek bij de kantonrechter gediend. Er is voldoende verband om - naar analogie van artikel 529 Sv Pro - tot toewijzing van de kosten over te gaan. Verder komen de kosten voor het indienen van het verzoekschrift en de reis- en verletkosten van verzoeker voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter op 4 december 2019 voor vergoeding in aanmerking, de verletkosten tot een bedrag van € 150,-.
Een redelijke uitleg van het begrip “de kosten van een raadsman” in artikel 530, tweede lid, Sv brengt naar het oordeel van het hof mee dat daaronder ook moet worden begrepen de kosten van door een derde, niet zijnde een advocaat, beroepsmatig verleende rechtsbijstand in een procedure bij de kantonrechter. De wetgever heeft in een dergelijke procedure niet voorgeschreven dat rechtsbijstand alleen kan plaatsvinden door een op het tableau ingeschreven advocaat.
Het hof is van oordeel dat de kosten van rechtsbijstand, waarvan hier vergoeding wordt verzocht, voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. [betrokkene 1] treedt veelvuldig op als juridisch adviseur in kantonprocedures. Rechtsbijstandverlening vormt voor [betrokkene 1] een vast onderdeel van een duurzame op het vergaren van inkomsten gerichte taakuitoefening. Hij is als rechtsbijstandverlener voldoende juridisch geschoold voor procedures als deze. De kosten voor rechtsbijstand zullen daarom op de voet van artikel 530, tweede lid, Sv worden toegewezen zoals verzocht.”
3.3.1
Het juridisch kader is weergegeven in de conclusie van de procureur-generaal onder 13. Daarvan zijn in het bijzonder de volgende bepalingen van belang:
- artikel 530 lid 2 Sv Pro:
“Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij tengevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens voor zover artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is, in de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor de kosten van een raadsman gedurende de verzekering en de voorlopige hechtenis is hierin begrepen. Een vergoeding voor deze kosten kan voorts worden toegekend in het geval dat de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.”
- artikel 28 leden Pro 1 en 2 Sv:
“1. De verdachte heeft het recht om zich, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek, te doen bijstaan door een raadsman.
2. Aan de verdachte wordt overeenkomstig de wijze bij de wet bepaald door een aangewezen of gekozen raadsman rechtsbijstand verleend.”
- artikel 37 Sv Pro:
“1. Als raadslieden worden toegelaten in Nederland op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten ingeschreven advocaten.
2. Voorts worden toegelaten de personen bedoeld in artikel 16b dan wel 16h van de Advocatenwet, indien zij samenwerken met een in Nederland ingeschreven advocaat overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 16e respectievelijk 16j van de Advocatenwet ”
- artikel 38 lid 1 Sv Pro:
“De verdachte is te allen tijde bevoegd een of meer raadslieden te kiezen.”
- artikel 398, aanhef en onder 2°, Sv:
“Op het rechtsgeding bij de kantonrechter zijn overigens de Vijfde Titel en de Zesde Titel van dit Boek van overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende uitzonderingen:
2. De verdachte kan, tenzij hij vervolgd wordt ter zake van misdrijf of de kantonrechter beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze aldaar verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of wel door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde.”
3.4
Als een zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan op grond van artikel 530 lid 2 Sv Pro aan de gewezen verdachte uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman.
3.5.1
Aan het begrip ‘raadsman’ in artikel 530 lid 2 Sv Pro komt geen andere betekenis toe dan dat begrip heeft in artikel 37 Sv Pro. Onder de in artikel 530 lid 2 Sv Pro bedoelde kosten van een raadsman kunnen daarom alleen worden begrepen de kosten die zijn gemaakt door een advocaat die is ingeschreven op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten, of die overeenkomstig artikel 37 lid 2 Sv Pro als raadsman is toegelaten. Deze regeling hangt ermee samen dat in strafzaken de verlening van rechtsbijstand plaatsvindt door een advocaat (vgl. artikel 28 Sv Pro), waarbij die rechtsbijstandverlening is omgeven met waarborgen die er in het bijzonder in bestaan dat een advocaat is gebonden aan de wet- en regelgeving die op het optreden als advocaat van toepassing zijn en is onderworpen aan het tuchtrecht.
3.5.2
Hieruit volgt dat onder de kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530 lid 2 Sv Pro ook niet kunnen worden begrepen de kosten van degene die op grond van artikel 398, aanhef en onder 2°, Sv de verdachte vertegenwoordigt op de terechtzitting in de strafzaak bij de kantonrechter. De in die bepaling genoemde vertegenwoordiging door een gemachtigde kan immers niet worden gelijkgesteld met het verlenen van rechtsbijstand door een raadsman (vgl. HR 14 november 1932, ECLI:NL:HR:1932:258).
3.6
Het oordeel van het hof dat “de kosten van door een derde, niet zijnde een advocaat, beroepsmatig verleende rechtsbijstand in een procedure bij de kantonrechter” kunnen worden begrepen onder de kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530 lid 2 Sv Pro, is – gelet op wat onder 3.5 is vooropgesteld – onjuist. Het cassatiemiddel is daarom terecht voorgesteld.

4.Beslissing

De Hoge Raad vernietigt in het belang van de wet de beschikking van het hof.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2023.