Uitspraak
1.De procedure
- het e-mailbericht van 16 oktober 2025 van [werknemer] met één productie;
- de op de mondelinge behandeling overgelegde eiswijziging van [werknemer] .
2.De feiten
- [werknemer] is op 2 december 2015 in dienst getreden bij [werkgever] in de functie van Media Adviseur tegen een bruto salaris van € 3000,00 (exclusief 8% vakantiegeld en emolumenten) per maand;
- [werknemer] heeft zich op 14 april 2025 per e-mailbericht ziek gemeld bij [werkgever] ;
- bij dagvaarding van 9 juli 2025 heeft [werknemer] een kort geding aanhangig gemaakt tot betaling van achterstallig loon, te vermeerderen met wettelijke verhoging, wettelijke rente en (werkelijke) kosten. Bij vonnis van 6 augustus 2025 heeft de kantonrechter een bedrag van € 1.500,00 bruto aan achterstallig loon over de periode januari 2025 tot en met juni 2025, een bedrag van € 1.750,00 bruto aan wettelijke verhoging, de wettelijke rente over het achterstallige loon en de proces- en nakosten, bij vonnis begroot op € 916,04, toegekend;
- [werknemer] heeft dit vonnis op 19 augustus 2025 aan [werkgever] laten betekenen. De deurwaarder heeft voor de tenuitvoerlegging van het vonnis een bedrag van € 547,79 aan kosten in rekening gebracht.
3.Het geschil
4.De beoordeling
‘Beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.’. Uit het vonnis van de kantonrechter volgt niet dat er is geoordeeld over het gevorderde vakantiegeld en het loon vanaf 1 juli 2025. Het staat [werknemer] dan ook vrij daar alsnog een procedure over te beginnen. Bovendien ligt in het verlengde van artikel 257 Rv dat aan een vonnis in kort geding geen kracht/gezag van gewijsde toekomt. Dit verweer van [werkgever] slaagt niet.
5.De beslissing
- een bedrag van € 227,50 bruto aan achterstallig vakantiegeld;
- een bedrag van € 56,88 bruto aan wettelijke verhoging over het te laat betaalde vakantiegeld;
- de wettelijke rente over het te laat betaalde vakantiegeld vanaf 7 oktober 2025 tot de dag van de algehele voldoening;