Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., statutair gevestigd in [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Motivering
“Voor verwevenheid in financieel opzicht geldt de voorwaarde dat ten minste de meerderheid van de aandelen in elk van de vennootschappen – daaronder begrepen de zeggenschap – middellijk of onmiddellijk in dezelfde handen is.” [2] De rechtbank legt deze door de Hoge Raad verwoorde eis zo uit dat beoordeeld moet worden of [stichting] in staat is aan belanghebbende haar wil op te leggen. Vast staat dat [stichting] de meerderheid van de aandelen in belanghebbende houdt. In geschil is onder meer de vraag of [stichting] de meerderheid van de zeggenschapsrechten in belanghebbende heeft.