Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[persoon 1] ,
2.
[b.v. 1] B.V.,
1.I AM AUTHENTIC B.V.,
2.
[persoon 2],
3.
[persoon 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
Schuldenaren heer [persoon 2] en Mevrouw [persoon 3] zijn persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk en als zekerheid wordt als onderpand mee verbonden de Iveco Camper [kenteken] bouwjaar 2019.
Indien de Schuldenaar verzuimt met het nakomen van enige verplichting uit hoofde van deze overeenkomst
(…)
De lening zal worden verstrekt voor een periode van 5 jaren. Geldlener zal uiterlijk op 27-04-2028 de lening aflossen, eerder aflossen is boetevrij toegestaan. Geldgever kan besluiten de lening eenmalig te verlengen onder dan afgesproken condities.
Over de lening is geldlener aan geldgever een rentevergoeding verschuldigd van 4% zegge vier procent per jaar ten gunste van [b.v. 4] Financieel Management. De rentevergoeding zal tegelijk worden overgemaakt bij het aflossen van de lening.
(…)
De lening van [b.v. 4] ter hoogte van € 100.000,- wordt achtergesteld ten behoeve van de investeerders van Collin Crowdfund. Gedurende de looptijd van de lening zal er geen aflossing plaatsvinden op de achtergestelde lening. De rente wordt wel betaald.
[persoon 3]
Aflossing Lening’.
wanneer er geld teruggestort wordt i.v.m. de verplichtingen van de zaak”. Hierop reageert [b.v. 1] op 24 januari 2024 voor zover van belang als volgt:
(…) [b.v. 4] heeft de leningen van de heren overgenomen bij Authentic. Dit is teruggestort met Crowdfund geld. Saldo richting [b.v. 4] is dus op dit moment 0 euro
- € 16.000,- op 25 januari 2024
- € 16.000,- op 23 februari 2024
- € 14.000,- op 21 maart 2024
- € 14.000,- op 15 mei 2024
- € 9.000,- op 25 juni 2024
- € 4.000,- op 27 juni 2024
- € 4.500,- op 28 juni 2024
- € 4.500 op 29 juni 2024
- € 7.000,- op 27 juli 2024
- € 14.000,- op 27 augustus 2024
- € 8.000,- op 30 september 2024.
- € 15.000,- op 28 oktober 2024
- € 7.000,- op 25 november 2024
- € 10.000,- op 2 december 2024
- op de eigendom van de woning van [persoon 2] en [persoon 3] ;
- onder de Rabobank op de bankrekening(en) van [persoon 2] ;
- op een bedrijfsauto van IAA van het merk/type Land Rover Discovery 4;
- onder Bunq op de bankrekening(en) van IAA.
(…)
dat het door u in uw brief van 11 april 2025 genoemde bedrag ad. 35.344,00 euro inmiddels is overgemaakt naar uw derdenrekening, ter voorkoming dat dit bedrag verder zal oplopen”.
4.Het geschil
-over de periode 1 maart 2025 tot 19 juni 2025, vermeerderd met de boete van 10% per maand over € 30.000,- over de periode 1 maart 2025 tot 19 juni 2025,
-
5.De beoordeling
- de betrokkenheid van [b.v. 1] bij de overname van aandelen in IAA door [b.v. 4] , de vennootschap van (onder meer) de zoon van [b.v. 1] ;
- de (voorwaarden van de) geldleningsovereenkomst tussen [b.v. 4] en IAA voor een bedrag van € 100.000,-;
- dat [b.v. 1] een periode ingeschreven is geweest als (indirect) bestuurder van IAA;
- dat in die periode op verzoek van [b.v. 1] door IAA een betaling is verricht van € 100.000,- aan [b.v. 4] ;
- de toezegging van [b.v. 1] om de verplichting van [b.v. 4] over te nemen.
dossier [b.v. 1] /I am authentic’ (zie productie 30 van IAA c.s.) én de advocaat van [persoon 2] en [persoon 3] bevestigde op 30 april 2025 per e-mail aan de advocaat van [b.v. 1] “
dat het door u in uw brief van 11 april 2025 genoemde bedrag ad 35.344,00 euro inmiddels is overgemaakt naar uw derdenrekening, ter voorkoming dat dit bedrag verder zal oplopen”. De advocaten van [b.v. 1] (en daarmee de stichting derdengelden) wisten dus precies waar de betaling op zag en aan welke zaak die gerelateerd kon worden.
- de geldlening een looptijd had tot maximaal 1 september 2025;
- aflossing zou plaatsvinden bij nader overleg, maar in ieder geval binnen twee jaar;
- IAA over de geldlening een jaarlijkse rente van 4% verschuldigd was die per maand moest worden betaald;
- [persoon 2] persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen van IAA onder de geldleningsovereenkomst.
ten hoogsteeen boete van 10% in rekening kan worden gebracht. De overeenkomst laat dus ook toe dat een lagere boete in rekening wordt gebracht. Waarom een boete van 10% onder de gegeven omstandigheden passend is, hebben [b.v. 1] c.s. niet toegelicht. Verder is het onduidelijk welke schade [b.v. 1] daadwerkelijk leidt als gevolg van het niet-tijdig aflossen van de geldlening. Gelet op al deze omstandigheden zou een boete van 10% per maand naar het oordeel van de rechtbank tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leiden.
- met ingang van 1 september 2025 te vermeerderen met een rente van 4% per jaar per maand (voor de toekomst) achteraf te voldoen; en
- met ingang van 1 december 2025 te vermeerderen met een boete van 2,5% over de nog resterende hoofdsom van de geldlening voor iedere maand dat IAA en [persoon 2] in gebreke blijven hieraan te voldoen.
met omschrijving aflossing Lening”. In zijn e-mail van 24 januari 2024 bevestigde [b.v. 1] ook dat de lening van [b.v. 4] “
(…) is teruggestort met crowdfundgeld”. Los van de vraag of IAA op 4 augustus 2023 verplicht was tot aflossing van de lening van [b.v. 4] , heeft IAA dus een betaling verricht ter aflossing daarvan en was aflossing volgens de overeenkomst ook toegestaan (zie 3.11). De betaling was dus op zich niet onverschuldigd. Het rechtsgevolg hiervan is dat de vordering van [b.v. 4] uit hoofde van de geldleningsovereenkomst met IAA als gevolg van de verrichte betaling teniet is gegaan.
Maakt voor de positie van autenthic niets uit blijft precies hetzelfde”. Naar het oordeel van de rechtbank heeft IAA dit niet anders kunnen opvatten dan dat zij als gevolg van de afspraak met [b.v. 1] ten opzichte van [b.v. 1] en/of [b.v. 1] dezelfde rechten en plichten zou houden die zij ook had op grond van de geldleningsovereenkomst met [b.v. 4] . Onderdeel daarvan was – als gezegd – dat er sprake was van een geldlening van € 100.000,- die niet eerder dan 27 april 2028 kon worden opgeëist en de jaarlijkse rente van 4% tegelijk bij het aflossen van de lening zou worden overgemaakt.
- dat [b.v. 1] , althans [b.v. 1] , in plaats van [b.v. 4] een eigen verplichting op zich nam om aan IAA een geldlening te verstrekken van € 100.000,-;
- dat [b.v. 1] , althans [b.v. 1] , daarbij gebonden zijn aan dezelfde voorwaarden als bedoeld in geldleningsovereenkomst tussen [b.v. 4] en IAA van 26 april 2023;
- dat de betalingen van [b.v. 1] vanaf januari 2024 tot een bedrag van € 100.000,- strekken tot nakoming van deze verplichting;
- dat [b.v. 1] daarmee een vordering uit hoofde van geldlening heeft verkregen op IAA van € 100.000,-; en
- dat [b.v. 1] deze geldlening van € 100.000,- en de daarover verschuldigde rente niet eerder dan 27 april 2028 kan opeisen.
- [b.v. 1] heeft een bedrag van € 11.000,- aan IAA betaald, waarvan € 3.000,- als onderdeel van de betaling van 27 augustus 2024 en € 8.000,- op 30 september 2023;
- [b.v. 1] heeft (in privé) een bedrag van € 32.000,- aan IAA betaald, waarvan € 15.000,- op 28 oktober 2024, € 7.000,- op 25 november 2024 en € 10.000,- op 2 december 2024.
Lening’hebben overgemaakt naar IAA. IAA c.s. hebben ook onvoldoende gemotiveerd waarom deze betalingen niet als geldleningen zouden gelden. In het licht hiervan en het feit dat alle andere betalingen van [b.v. 1] c.s. aan IAA c.s. als geldleningen kwalificeren, gaat de rechtbank ervan uit dat ook deze overige betalingen aan IAA geldleningen betreffen.
- ten laste van [persoon 2] en [persoon 3] beslag is gelegd op de eigendom van hun woning;
- ten laste van [persoon 2] beslag is gelegd onder de Rabobank op de bankrekening(en) van [persoon 2] ;
- ten laste van IAA beslag is gelegd: