Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Parklaan te Etten-Leur op 10 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar een blauwkleurige portemonnee, en stelde dat er geen bewijs was voor de overtreding. De verbalisant verklaarde echter dat betrokkene een mobiele telefoon vasthield.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen. De boete werd daarom terecht opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met meer dan zes maanden was overschreden, aangezien de boete op 10 februari 2023 werd opgelegd en de uitspraak op 29 augustus 2025 plaatsvond.
Vanwege deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag van € 87,50 terug te betalen aan betrokkene. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.