Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen
mr. [eiser] , uit [plaats] , eiser
de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de minister.
Samenvatting
.Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- algemene informatie met betrekking tot de uitgewerkte en/of opgevolgde aanbevelingen en suggesties in de Agentschapsdoorlichting;
- informatie en antwoord op vragen over het project ‘Paarse krokodil’ en hoe de ‘LEAN-Methodiek’ bij dit project is toegepast. Specifiek vraagt eiser informatie die vanuit de organisatie is opgehaald uit e-mails, documenten, correspondentie en hoe deze informatie is verwerkt;
- informatie en antwoord op vragen over de ‘RVB 2.0’. Specifiek vraagt eiser of in 2023 andere/nieuwe conclusies kunnen worden getrokken over de ontwikkeling van ‘RVB 2.0’ en over het wegwerken van knelpunten bij het ‘VORS1 werken’. Eiser vraagt om hierbij te verduidelijken hoe de LEAN-Methode is toegepast;
- informatie over hoe de conclusies en aanbevelingen van paragraaf 8.5 – over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het RVB tot nu toe – zijn verwerkt in 2023;
- informatie over en antwoord op de vraag hoe de aanbeveling van paragraaf 8.6 – over het communiceren met stakeholders en aandacht over kennisbundeling en professionalisering – is uitgewerkt. In het bijzonder ziet dit onderdeel van het verzoek op de afdelingen verhuur en verkoop.
De minister heeft toegelicht dat is gezocht in het digitale systeem van het RVB, in mailboxen van medewerkers die zijn betrokken geweest bij het project Paarse krokodil en in mailboxen van medewerkers die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de Agentschapsdoorlichting. Hierbij heeft de minister gebruik gemaakt van de volgende zoektermen: ‘doorlichting’, ‘doorlichtingsrapportage’, ‘Paarse krokodil’, ‘VORS 1’ en ‘RVB 2.0’. Ook heeft de minister navraag gedaan bij de volgende personen: de directeur financiën en bestuursadvisering van het RVB, de plaatsvervanger van de directeur financiën en bestuursadvisering, het hoofd planning en control financiën en bestuursadvisering van het RVB en de Secretaris Agentschapsdoorlichting. Ten slotte heeft de minister ook gezocht in de mailbox van het project Paarse krokodil.
De rechtbank stelt vast dat de minister zich dus niet slechts heeft beperkt tot zoektermen die alleen verband houden met het project Paarse krokodil, maar dat gebruik is gemaakt van specifieke zoektermen die zijn vastgesteld op basis van het Woo-verzoek van eiser. De rechtbank kan de minister daarom volgen dat met deze zoekslag alle documenten zijn gevonden die zien op de opvolging van de Agentschapsdoorlichting. De omstandigheid dat eiser vindt dat het RVB meer had moeten of kunnen doen om opvolging te geven aan de doorlichtingsrapportage maakt dit niet anders. De minister heeft zelf immers erkend dat de meerderheid van de aangetroffen documenten gaat over het project Paarse krokodil, maar heeft ook toegelicht dat met deze zoekslag alle documenten zijn gevonden die zien op de opvolging die is gegeven aan de doorlichtingsrapportage. Dit komt omdat verder niets op schrift is vastgelegd over initiatieven naar aanleiding van de Agentschapsdoorlichting.
De minister heeft ten slotte toegelicht dat met de hierboven bedoelde zoekslag ook documenten zijn gevonden over initiatieven ter verbetering van het RVB die al in gang waren gezet vóór de Agentschapsdoorlichting. De rechtbank kan het betoog van de minister volgen dat deze documenten buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Tijdens de zitting heeft de minister namelijk verduidelijkt dat deze lopende initiatieven niet specifiek zijn ondernomen in het kader van de Agentschapsdoorlichting of naar aanleiding daarvan zijn opgestart. Uit de tekst van het oorspronkelijke Woo-verzoek en de aanvulling blijkt dat de Agentschapsdoorlichting de aanleiding is geweest voor het verzoek. De rechtbank leest bovendien dat alle vragen zijn toegespitst op informatie over de Agentschapsdoorlichting en de opvolging die daaraan is gegeven.
Als de mededeling dat er geen andere documenten berusten onder een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig is, dan moet eiser volgens vaste rechtspraak aannemelijk maken dat er wel meer documenten zijn. [4] Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd die aannemelijk maken dat toch meer documenten bestaan die onder de reikwijdte vallen maar niet zijn verstrekt.
Zoals ook blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 5.1, tweede lid, onder i, van de Woo kan deze weigeringsgrond onder andere worden ingeroepen bij interne disciplinaire onderzoeken. [5] Bij dergelijke onderzoeken is vertrouwelijkheid noodzakelijk om de feiten boven water te krijgen. De verwachting tijdens een disciplinair onderzoek kan zijn dat openbaarmaking tot gevolg zal hebben dat derden terughoudender zullen worden om medewerking te verlenen.
In de eerste plaats is in dit geval geen sprake van een intern disciplinair onderzoek. Uit de geheime stukken leidt de rechtbank namelijk af dat de mailbox van de Paarse krokodil meer functioneerde als interne ideeënbus voor medewerkers om bureaucratische hobbels aan te kaarten. In de oproep staat immers dat de mailbox is bedoeld voor het melden van omslachtige werkwijzen in het werkproces. In de oproep aan de medewerkers staat ook dat de meldingen (mogelijk) in het MT worden besproken en uit de geheime stukken blijkt dat de meldingen die via de Paarse krokodil mailbox binnen kwamen, in veel gevallen intern werden doorgestuurd naar andere medewerkers zodat zij deze meldingen konden oppakken. Voor medewerkers was dus duidelijk dat hun inzendingen in ieder geval binnen de organisatie zouden worden gedeeld. De rechtbank volgt de minister dus niet in het betoog dat alle inzendingen per definitie een zodanig vertrouwelijk karakter hebben dat het openbaar maken van deze meldingen het functioneren van de staat zal schaden, om de enkele reden dat zij vallen onder de mailbox van het project Paarse krokodil. Ten tweede komt hierbij dat de inzendingen ook verschillen van aard en ook in de mate waarin zij zijn gerelateerd aan meer persoonlijke problemen. Een aantal hobbels kunnen verder in elke organisatie voorkomen. Naar oordeel van de rechtbank is dus ook niet aannemelijk dat het functioneren van de staat in het geding kan komen gelet op de inhoud van elk van de inzendingen.
De rechtbank weegt ten slotte ook mee dat de oproep voor het project Paarse krokodil in 2021 werd gedaan. Ook wanneer wel sprake zou zijn van een met een intern disciplinair onderzoek vergelijkbaar project ten aanzien van het vertrouwelijk karakter, betekent dat nog niet dat deze weigeringsgrond voor onbepaalde tijd en integraal voor de gehele documenten geldt. De ABRvS heeft immers eerder overwogen dat denkbaar is dat de openbaarmaking slechts tijdelijk het goed functioneren van de overheid belemmert. [6] Wanneer een onderzoek zich in een vergevorderd stadium bevindt of zelfs is afgerond, dan zal dit in de belangenafweging moeten worden meegewogen. Ook dit heeft de minister niet meegenomen in de beoordeling. De minister kan gelet op de aard van de mailbox, de aard van de meldingen en het tijdsverloop in dit geval dus niet volstaan met de algemene stelling dat de gehele Paarse krokodil-mailbox valt onder deze weigeringsgrond. Het toepassen van deze weigeringsgrond kan geen stand houden zonder per melding te motiveren waarom het openbaar maken niet mogelijk is met het oog op het goed functioneren van de staat.