Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:7539

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
BRE 24/3996 AW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48q Politiewet 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij besluit korpschef over betrouwbaarheid politieambtenaar

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef van politie dat er onvoldoende waarborgen zijn dat hij betrouwbaar kan worden geacht om als politieambtenaar te werken. Dit besluit volgde op een betrouwbaarheidsonderzoek in het kader van zijn sollicitatie als functioneel beheerder.

De korpschef baseerde het besluit onder meer op het langdurige verblijf van eiser in China, een risicoland, waardoor het Nederlandse justitiële onderzoek beperkt is. Eiser voerde aan dat het besluit ondeugdelijk gemotiveerd is en onvoldoende rekening houdt met zijn reisverslag.

De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser geen procesbelang heeft. De functie waarop hij solliciteerde is inmiddels vervuld, en eiser is momenteel niet in staat om te werken vanwege een Ziektewetuitkering. Ook een toekomstig belang bij toelating tot selectie is te onzeker en niet actueel. De stelling dat hij elders niet wordt aangenomen is onvoldoende onderbouwd.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3996 AW

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de korpschef van politie, de korpschef.

Procesverloop

1. Met het besluit van 25 juli 2023 (primair besluit) heeft de korpschef besloten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om als ambtenaar van de politie werkzaamheden te verrichten. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het besluit van 12 maart 2024 (bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is de korpschef bij dat besluit gebleven.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en [persoon] en mr. F.F.M.J. van den Einden namens de korpschef.

Totstandkoming van het besluit

2. Eiser heeft gesolliciteerd naar de functie van functioneel beheerder bij de politie. In het kader van zijn sollicitatieprocedure heeft een onderzoek naar zijn betrouwbaarheid plaatsgevonden op grond van artikel 48q, eerste lid, van de Politiewet 2012 (Politiewet).
2.1.
Op het formulier ‘Betrouwbaarheids- en omgevingsonderzoek’ heeft eiser onder meer aangegeven dat hij van november 2015 tot augustus 2018 in China heeft gewoond en gewerkt. In 2016 is eiser in Hong Kong getrouwd. Eiser is in 2018 naar Nederland teruggekeerd voor werk. Van maart tot mei 2019, in oktober 2019 en van mei tot juli 2020 heeft eiser in China en Hong Kong verbleven, onder andere vanwege de zwangerschap van zijn vrouw en de geboorteregistratie van zijn zoon. Zijn inmiddels (ex-)vrouw en zoon wonen nog altijd in China.
2.2.
De korpschef heeft op 20 juni 2023 het voornemen kenbaar gemaakt dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht en dat er om die reden bezwaar bestaat tegen het door hem verrichten van werkzaamheden als ambtenaar van de politie. De korpschef overweegt dat bij een betrouwbaarheidsonderzoek in beginsel de periode van acht jaar voorafgaand aan de aanmelding voor het onderzoek wordt onderzocht (de beoordelingsperiode). Gebleken is dat eiser in de beoordelingsperiode van 2015 tot 2021 in China heeft verbleven. Dit langdurige verblijf in het buitenland leidt ertoe dat een naslag in het Nederlandse justitiële register en politiesystemen slechts een beperkt beeld geeft. China staat bekend als een risicoland. Dit kan een veiligheidsrisico voor de politieorganisatie met zich meebrengen.
2.3.
Met het primaire besluit heeft de korpschef, onder verwijzing naar het voornemen, besloten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om als ambtenaar van de politie werkzaamheden te verrichten.
2.4.
Met het bestreden besluit is de korpschef bij het primaire besluit gebleven en is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Beroepsgronden

3. Eiser heeft aangevoerd dat de korpschef onvoldoende is ingegaan op zijn reisverslag. Het bestreden besluit is daardoor ondeugdelijk gemotiveerd. De korpschef is volgens eiser zonder een deugdelijk onderzoek tot een onjuiste conclusie gekomen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank ziet zich allereerst, ambtshalve, voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4.1.
Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) vloeit voort dat pas sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. [1]
4.2.
Eiser wenst te worden aangesteld bij de politie in de functie waarop hij heeft gesolliciteerd, namelijk functioneel beheerder. Ter zitting is door de korpschef aangegeven dat deze functie inmiddels door iemand anders wordt vervuld. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij een Ziektewetuitkering ontvangt en zich momenteel richt op zijn herstel. Hij is momenteel dus niet in staat om werkzaamheden te verrichten. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank niet in welk resultaat, dat voor eiser feitelijke betekenis heeft, hij met deze procedure zou kunnen bereiken.
4.3.
Voor zover eiser stelt dat hij in de toekomst wenst te worden toegelaten tot de selectieprocedure overweegt de rechtbank dat dit geen actueel procesbelang is, omdat dit belang betrekking heeft op een toekomstige gebeurtenis waarvan onzeker is of deze zich daadwerkelijk zal voordoen.
4.4.
Voor zover eiser heeft gesteld dat hij elders niet wordt aangenomen vanwege het besluit dat er onvoldoende waarborgen zijn dat hij betrouwbaar kan worden geacht om als ambtenaar van de politie werkzaamheden te verrichten, overweegt de rechtbank dat deze stelling niet is onderbouwd en niet ziet op de functie waar deze procedure op is gericht.
5. Gelet hierop dient het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk te worden verklaard. Aan een inhoudelijke bespreking van de beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet toe.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzitter, en mr. M. Breeman en
mr. M. Snoeks, leden, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 4 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 28 februari 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:380).