ECLI:NL:RBZWB:2025:7531
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onrechtmatig dwangbevel
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting en een daarop volgend dwangbevel omdat geen parkeerbelasting was voldaan op 20 november 2023. De invorderingsambtenaar handhaafde het dwangbevel in een e-mail van 3 april 2024, die als uitspraak op bezwaar werd aangemerkt. Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslag en aanmaning niet waren ontvangen en betwistte de verzending.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail van 3 april 2024 een besluit in de zin van de Awb is, waardoor het beroep ontvankelijk is. Vervolgens werd vastgesteld dat de invorderingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de naheffingsaanslag en aanmaning waren verzonden, waardoor belanghebbende niet op de hoogte was van de aanmaningstermijn. Hierdoor was het dwangbevel onterecht opgelegd.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de heffingsambtenaar een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de invorderingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De rechtbank zag af van een bestuurlijke lus omdat dit niet doelmatig was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens onrechtmatig opgelegd dwangbevel.