ECLI:NL:RBZWB:2025:7399
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Drimmelen
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 oktober 2025, wordt het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) beoordeeld. De heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen had de waarde van de woning per 1 januari 2022 vastgesteld op € 675.000. Belanghebbende, eigenaar van de woning, had bezwaar gemaakt tegen deze waardevaststelling, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelt het beroep en de argumenten van belanghebbende, die stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat er schendingen zijn van de Wet WOZ en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing heeft gegeven voor de vastgestelde waarde en dat de gebruikte referentiewoningen vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat de WOZ-beschikking en de aanslag OZB gehandhaafd blijven, en dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.