Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven beschikking van 12 augustus 2025 en alle daarin vermelde stukken;
- de brief van de GI van 25 september 2025.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
2.De feiten
[minderjarige] sinds 9 september 2024 op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag in plaats van bij de moeder.
19 augustus 2025. Het verzoek van de GI is voor het overige aangehouden in afwachting van het rapport/advies van de Raad over de in die beschikking opgenomen vragen, die voornamelijk betrekking hebben op het perspectief van [minderjarige] .
3.Het verzoek
4.Het raadsrapport
5.De standpunten
6.De beoordeling
20 juni 2025 waaraan een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek ten grondslag ligt en geen aanwijzingen zijn van enige vooringenomenheid bij de raadsonderzoeker gedurende het onderzoek, van oordeel dat de GI in redelijkheid tot het perspectiefbesluit is gekomen. Voor de rechtbank is komen vast te staan dat het perspectief van [minderjarige] niet bij de moeder ligt, maar bij de vader en dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij verder opgroeit bij de vader. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.