ECLI:NL:RBZWB:2025:7011
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter onbevoegd bij geschil over bevordering bijzondere schoolleerling
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beslissing van de school om haar dochter te bevorderen naar HAVO 3 in plaats van VWO 3. De dochter volgt onderwijs aan een bijzondere school die valt onder een privaatrechtelijke rechtspersoon, OMO. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Regionale beroepscommissie, dat ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelt dat zij niet bevoegd is om op het verzoek te beslissen omdat de school en OMO geen bestuursorgaan zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is er geen besluit in de zin van de Awb waartegen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter.
De voorzieningenrechter verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is vastgesteld dat beslissingen van bijzondere instellingen zoals deze school niet als besluiten van bestuursorganen kwalificeren, tenzij het gaat om het afgeven van een getuigschrift. Dit is hier niet het geval.
Als gevolg hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens onbevoegdheid. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening.