ECLI:NL:RBZWB:2025:6724
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid sluiting bedrijfspand op grond van de Opiumwet
De zaak betreft de sluiting van een bedrijfspand en omliggende percelen op grond van de Opiumwet door de burgemeester van Vlissingen. De curatoren van het failliete bedrijf [bedrijf] B.V. hebben beroep ingesteld tegen deze sluiting. De rechtbank beoordeelt of de burgemeester in redelijkheid tot sluiting kon besluiten.
Uit bestuurlijke rapportages blijkt dat het pand werd gebruikt als opslag- en handelslocatie binnen een criminele organisatie die zich bezighield met de invoer van grote hoeveelheden cocaïne. Hoewel bij de inval geen drugs werden aangetroffen, zijn er meerdere voorbeelden van drugstransporten en faciliteiten waarbij het bedrijf een faciliterende rol vervulde. De burgemeester heeft de sluiting onderbouwd met deze feiten en beleidsregels.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenwichtig was. De curatoren konden onvoldoende aantonen dat de sluiting niet gerechtvaardigd was, dat er sprake was van vooringenomenheid, of dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de curatoren krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de curatoren wordt ongegrond verklaard en de sluiting van het pand blijft voor twaalf maanden gehandhaafd.