ECLI:NL:RBZWB:2025:660
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €272.000 per 1 januari 2022, en stelde dat de waarde €219.000 zou moeten zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met recent verkochte, vergelijkbare woningen.
Belanghebbende stelde dat de woning moeilijk vergelijkbaar is en pleitte voor waardering op basis van zijn eigen aankoopprijs uit 2020, geïndexeerd en verminderd met herstelkosten. De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsmethode een betere waardering geeft dan indexering van de aankoopprijs, mede omdat de markt sterk steeg en de aankoopdatum ruim 16 maanden vóór de waardepeildatum lag.
De rechtbank liet één referentiewoning buiten beschouwing wegens onvoldoende vergelijkbaarheid, maar achtte twee andere referentiewoningen voldoende vergelijkbaar. De heffingsambtenaar had voldoende rekening gehouden met verschillen zoals onderhoud, asbest en woonoppervlak. De gecorrigeerde waarde bleef dicht bij de vastgestelde waarde, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting blijven gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €272.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.