ECLI:NL:RBZWB:2025:6502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning met recht van overpad in gemeente Hulst
Belanghebbende, eigenaar van een hoekwoning met een recht van overpad, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €238.000 per 1 januari 2023. Hij stelde dat de waarde maximaal €218.000 zou moeten zijn, gebaseerd op de aankoopprijs van de woning in 2020.
De rechtbank overwoog dat de aankoopprijs meer dan een jaar vóór de waardepeildatum ligt en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze prijs de marktsituatie op de waardepeildatum beter weerspiegelt dan de vergelijkingsmethode. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld met een taxatierapport en een vergelijkingsmethode met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren.
Belanghebbendes bezwaar dat onvoldoende rekening was gehouden met de ligging van de woning, werd verworpen. De rechtbank vond dat factoren zoals het ontbreken van een supermarkt niet doorslaggevend waren om een lagere waarde toe te kennen. De WOZ-waarde en de aanslag OZB werden gehandhaafd, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €238.000 wordt gehandhaafd.