Uitspraak
1.[V.O.F.] ,
2.
[vennoot 1],
3.
[vennoot 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de conclusie van antwoord in reconventie.
2.De feiten
“Chef, je gezondheidstoestand is niet goed, daarom zal ik in je plaats een chauffeur regelen.het beste voor je in deze periode dat je thuis blijft.
Dus van 1/1 mocht het Allah dat willen.
“Chef, sowieso is de maand voorbij”
“Oké, wij houden contacten als ik meer weet over mijn afspraken, mocht het Allah willen”.
“Omdat [naam] mij heeft verteld dat jij hem verteld hebt dat jij gestopt bent met werken sinds de vorige keer”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dus van 1/1 mocht Allah dat willen. In ieder geval ga ik even kijken hoe het zit met de afspraken en wij houden contacten.Hieruit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden afgeleid dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst duidelijk en ondubbelzinnig heeft opgezegd.
“Omdat [naam] mij heeft verteld dat jij hem hebt verteld dat jij gestopt bent met werken sinds de vorige keer”naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende dat [werknemer] op duidelijke en ondubbelzinnige wijze daadwerkelijk op dat moment een beëindiging van zijn dienstverband per 1 januari 2025 wilde bewerkstelligen. De mededeling van [naam] zegt verder niets over een concrete opzegging. Voor zover [werkgever] tijdens de zitting heeft aangeboden om [naam] in het kader van bewijslevering als getuige te laten horen wordt daaraan om die reden voorbij gegaan.
“Ik heb ook aangegeven dat ik aan het begin van de maand zou stoppen met werken en op basis daarvan verwachtte ik dat mijn volledige salaris zou worden overgemaakt”kan evenmin een duidelijke en ondubbelzinnige mededeling opzegging worden afgeleid. Dit geldt temeer, nu [werknemer] al vaker eerder kenbaar had gemaakt te willen stoppen, maar daaraan telkens geen gevolg is gegeven doordat [werknemer] is blijven werken voor [werkgever] .