Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de akte overlegging producties van NSP;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
C. a. Ten behoeve van het [perceel 1]
de openbare weg. Die bewoordingen prevaleren en zijn naar het oordeel van de rechtbank duidelijk. Dat op de aan de erfpacht gehechte kaart een lijn is geschetst naar het terrein van [B.V. 2] en dat [B.V. 2] (later) heeft willen meewerken aan de vestiging van een erfdienstbaarheid over haar terrein naar de openbare weg (de [straat 2] ), doet er niet aan af dat ZW en NSP nadrukkelijk in de erfpachtakte hebben verwoord dat de erfdienstbaarheid recht geeft op een rechtstreekse ontsluiting naar de openbare weg. Het terrein van [B.V. 2] is niet de openbare weg en daarmee wordt dus niet voldaan aan de erfdienstbaarheid. Aangezien – vanwege de aanwezigheid van het spoor – de [perceel 2] de enige openbare weg is waarover [perceel 1] via [perceel 2] kan worden bereikt, zal de door ZW onder III gevorderde verklaring voor recht dan ook worden toegewezen.