ECLI:NL:RBZWB:2025:6104
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende rekening kwaliteitsniveau
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, vastgesteld op €397.000 per 1 januari 2023, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar had de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, gebruikmakend van referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren. Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen, met name dat het kwaliteitsniveau van zijn woning ten onrechte als boven gemiddeld was gekwalificeerd.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de wijze waarop met kwaliteitsverschillen was omgegaan. De woning van belanghebbende moet volgens de rechtbank als gemiddeld worden gekwalificeerd, wat de waarde omlaag brengt. Omdat geen van beide partijen een aannemelijke waarde had onderbouwd, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €393.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de aanslag OZB dienovereenkomstig wordt verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een forfaitaire proceskostenvergoeding van €777 aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €393.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.