ECLI:NL:RBZWB:2025:6051
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- ing. Peters
- Broeders
- Sterk
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens verdaging zitting kennelijk ongegrond verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelt. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid van de rechter vanwege het verdagen van een zitting, waardoor verzoeker niet aanwezig kon zijn vanwege ziekte en persoonlijke belangen, zoals een zakenreis en studiereis van zijn gemachtigde, werden geschaad.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. Alleen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen, kan wraking worden toegewezen.
De kamer oordeelde dat het verdagen van de zitting een procesbeslissing is waartegen geen wrakingsrecht bestaat, tenzij deze beslissing als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien. Dit was niet het geval. Bovendien was het verzoek te laat ingediend en had verzoeker geen eerder uitstelverzoek gedaan.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.