Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2025 in de zaak tussen
[eiser], eiser, en [eiseres], eiseres, uit [plaats], eisers,
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (SVB), verweerder,
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
Beroepsgronden
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigd het bestreden besluit van 28 juni 2024 voor zover dat betrekking heeft op de terugvordering van de AIO-aanvulling;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt de SVB op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt de SVB in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.814,-.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
3. Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.