ECLI:NL:RBZWB:2025:5858

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 25/2593
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder, de Dienst Toeslagen, op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een ingebrekestelling. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 16 oktober 2024, waarin verweerder werd opgedragen binnen zes weken te beslissen. Omdat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.

De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd, conform het landelijke beleid bij niet tijdig beslissen na een rechterlijke termijnstelling.

Verweerder had verzocht om een langere termijn van vier weken, maar de rechtbank wijst dit af gezien het eerdere besluit en het standpunt van verweerder dat reeds een beslissing was genomen op 29 september 2023. De rechtbank bepaalt ook dat verweerder het griffierecht van €53 aan eiser moet vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog te beslissen.

Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen en een dwangsom opgelegd bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2593

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser,
en

Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 16 oktober 2024. [1] In die uitspraak staat dat verweerder binnen zes weken moet beslissen op het bezwaar van eiser van 23 november 2023, waarin verweerder de ingebrekestelling, ontvangen door verweerder op 2 oktober 2023, afwijst. Eiser stelt nu beroep in omdat verweerder dat volgens hem niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [2]
Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de rechtbank in haar uitspraak van 16 oktober 2024 al een termijn heeft gesteld waarbinnen verweerder een beslissing op het bezwaar moest nemen. [3]
4. Verweerder heeft niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn een besluit genomen op het bezwaar van eiser.
Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?
5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
Verweerder heeft gevraagd om een langere termijn van vier weken, maar de rechtbank ziet hier gelet op het standpunt van verweerder geen reden voor. Verweerder stelt immers dat er ten tijde van de ontvangst van de ingebrekestelling al een beslissing op de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (namelijk op 29 september 2023) was genomen Niet valt in te zien waarom verweerder niet binnen afzienbare tijd op het hiertegen gerichte bezwaar van eiser kan beslissen. Daarbij komt dat de rechtbank bij haar uitspraak van 16 oktober 2024 al een langere termijn heeft opgelegd.
Welke dwangsom wordt aan verweerder opgelegd?
6. Volgens het landelijke beleid [4] wordt in gevallen als deze, waarin verweerder na een door de rechter gestelde termijn nog steeds geen besluit op het bezwaar heeft genomen, de dwangsom bepaald op € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-. De rechtbank ziet geen aanleiding om in afwijking van het landelijke beleid geen dwangsom, zoals verzocht door verweerder, op te leggen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, verweerder de onder 5. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan verweerder de onder 6. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,- ;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.BRE 24/5812.
2.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
4.Extra dwangsom bij te late beslissing van de overheid, te vinden op rechtspraak.nl.