Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder, de Dienst Toeslagen, op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een ingebrekestelling. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 16 oktober 2024, waarin verweerder werd opgedragen binnen zes weken te beslissen. Omdat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd, conform het landelijke beleid bij niet tijdig beslissen na een rechterlijke termijnstelling.
Verweerder had verzocht om een langere termijn van vier weken, maar de rechtbank wijst dit af gezien het eerdere besluit en het standpunt van verweerder dat reeds een beslissing was genomen op 29 september 2023. De rechtbank bepaalt ook dat verweerder het griffierecht van €53 aan eiser moet vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog te beslissen.