Eiser en haar ex-echtgenoot hebben in het kader van een boedelscheiding afgesproken de woning te laten taxeren door gedaagde makelaar met waardebepalingen per 6 juni 2021 en per datum opdracht. De makelaar stelde de marktwaarde vast op €162.000,- per 6 juni 2021. Eiser betwistte deze waarde en stelde dat de makelaar tekortgeschoten is in zijn zorgvuldigheid, mede omdat niet duidelijk is hoe rekening is gehouden met een lijst van verbouwingswerkzaamheden.
Eiser vorderde schadevergoeding en kostenvergoeding wegens onjuiste waardebepaling. Gedaagde verweerde zich en stelde dat de taxatie zorgvuldig is uitgevoerd en gemotiveerd, waarbij een comparatieve methode is toegepast. De rechtbank oordeelde dat de taxatie van gedaagde plausibel en verifieerbaar is en dat de lijst met werkzaamheden niet expliciet in het rapport hoefde te worden opgenomen.
Verder werd een vergelijking gemaakt met twee andere taxaties, waarvan één niet voldeed aan de formele eisen en de andere een lagere waarde gaf. De rechtbank hanteerde een bandbreedte van 20% als acceptabel voor waardeschattingen en concludeerde dat de afwijking van 5,54% binnen deze marge valt. Daarmee is niet komen vast te staan dat de taxatie van gedaagde onjuist is.
De vordering van eiser werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat taxaties altijd een zekere marge kennen en dat een gemotiveerde waardebepaling niet snel als tekortkoming kan worden aangemerkt.