ECLI:NL:RBZWB:2025:5752
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om geheimhouding persoonsgegevens in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure betreffende belastingaanslagen heeft de inspecteur een verzoek om geheimhouding ingediend voor delen van stukken die persoonsgegevens van ambtenaren bevatten. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek, stellende dat volledige kennisneming noodzakelijk is voor haar beroepsvoering.
De geheimhoudingskamer heeft besloten geen zitting te houden vanwege de aard van de procedure en heeft het verzoek schriftelijk behandeld. De kamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een belangenafweging is gemaakt tussen het privacybelang van de ambtenaren en het belang van belanghebbende bij kennisneming.
De kamer concludeert dat het privacybelang van de ambtenaren zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende, temeer daar het geheimhouden van deze gegevens de procesvoering niet wezenlijk belemmert. Het verzoek om geheimhouding wordt daarom toegewezen. De inspecteur wordt geadviseerd om de persoonsgegevens alsnog met NN-nummers te anonimiseren en een corresponderende lijst aan de kamer te overleggen.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van persoonsgegevens in stukken wordt toegewezen vanwege het zwaardere privacybelang.