Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(gemachtigde: [gemachtigde])
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk is vastgesteld op €710.000 per 1 januari 2022. Tevens is een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De heffingsambtenaar heeft een informatiebeschikking gegeven nadat belanghebbende niet voldeed aan een verzoek om informatie, waardoor de bewijslast is verzwaren en verschoven naar belanghebbende.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld en concludeert dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd om dit aan te tonen. De informatiebeschikking is terecht gegeven en de bewijslast-sanctie proportioneel, omdat belanghebbende niet heeft voldaan aan het verzoek om relevante informatie over de woningtoestand.
Op grond van artikel 17, tweede lid, Wet WOZ, dient de waarde te worden bepaald op de prijs die een meestbiedende koper zou betalen. Belanghebbende heeft niet met toetsbare stukken onderbouwd dat de waarde te hoog is vastgesteld. Daarom blijft de WOZ-beschikking en de aanslag OZB gehandhaafd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn op 22 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.