ECLI:NL:RBZWB:2025:5458
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde perceel met stacaravan en bijgebouwen
Belanghebbende is eigenaar van een perceel grond met een stacaravan en diverse bijgebouwen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €37.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €31.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een maximale waarde van €28.000 voor.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de WOZ-waarde, waarbij de heffingsambtenaar een taxatierapport en waardematrix gebruikte met referentieobjecten die voldoende vergelijkbaar werden geacht. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar op juiste wijze rekening had gehouden met verschillen in ligging, grootte en kwaliteit van de opstallen, inclusief een neerwaartse correctie van circa 35% voor ondermaatse kwaliteit en voorzieningen.
Belanghebbende kon zijn stellingen niet met concrete gegevens onderbouwen en zijn argument over de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar werd verworpen, omdat de waarde jaarlijks onafhankelijk wordt vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslagen OZB en watersysteemheffing blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €31.000 blijft gehandhaafd.