ECLI:NL:RBZWB:2025:5200

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
10835653 MB VERZ 23-1297
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens onjuiste feitcode en matiging boete

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het niet volgen van de richting van een uitrijstrook op de Rijksweg (N282) te Hulten op 12 april 2022. Betrokkene stelde dat de feitcode onjuist was en dat het ging om het niet volgen van een voorsorteervak, wat een andere feitcode betreft.

De rechtbank oordeelde dat de feitcode inderdaad onjuist was en wijzigde deze naar de correcte feitcode R 619, die hetzelfde sanctiebedrag kent. De gedraging zelf stond vast op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs leverde. Betrokkene had onvoldoende feiten aangevoerd om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen.

Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden met meer dan een jaar, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene voor de fase bij de kantonrechter.

De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie, wijzigde de boete en de feitcode, en legde de proceskostenveroordeling op. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting. De uitspraak werd gedaan op 25 juni 2025 door kantonrechter M.A.V. van Aardenne.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25%, de feitcode gewijzigd en de officier van justitie veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10835653 \ MB VERZ 23-1297
CJIB-nummer: 4062 5422 4869 6324
uitspraakdatum: 25 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder na verlaten doorgaande rijbaan een andere richting volgen dan de richting van de uitrijstrook op de Rijksweg (N282) te Hulten op 12 april 2022 om 09.30 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene een verkeerde gedraging wordt verweten. Het gaat in dit geval om het niet volgen van de richting van een voorsorteervak aan een kruispunt. De correcte feitcode had derhalve R 619 (andere richting volgen dan de richting van voorsorteervak) moeten zijn. Verzocht wordt de feitcode te wijzigen en de officier van justitie te veroordelen in de proceskostenvergoeding. De proceskostenvergoeding dienen uitsluitend bevrijdend te worden betaald aan [bedrijf] B.V. (Verkeersboete.nl).
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R 619 met als omschrijving: “als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft”. De feitcodes hebben hetzelfde sanctiebedrag. Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Wijzigen feitcode
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R 619a met als omschrijving “als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R 619 moeten gebruiken met als omschrijving “als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 12 april 2022 en is de redelijke termijn dus met een jaar en twee maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend voor de fase bij de kantonrechter:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R 619 met als omschrijving: “als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft”.
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: