ECLI:NL:RBZWB:2025:4779
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek openbare orde voetpad gemeente Breda
Eiser heeft op 7 juni 2024 een handhavingsverzoek ingediend bij de burgemeester van Breda om de openbare orde op een voetpad naast zijn woning te handhaven vanwege geluidsoverlast, overlast door fietsers en verkeersonveiligheid. De burgemeester wees dit verzoek op 26 juni 2024 af en handhaafde deze afwijzing na bezwaar op 29 oktober 2024.
Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing en voerde aan dat de burgemeester ten onrechte zijn bevoegdheden op grond van artikel 172 van Pro de Gemeentewet niet had ingezet. Hij betwistte ook het gebruik van controles uit 2022 als grondslag voor de afwijzing, omdat deze onvoldoende en niet actueel zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheden van de burgemeester onder artikel 172 lid 2 en Pro 3 Gemeentewet alleen kunnen worden ingezet bij een onmiddellijke situatie die een onverwijlde reactie vereist. De ervaren overlast was niet onverwacht, plotseling of acuut, maar speelde al langere tijd. Daarom was geen sprake van een onmiddellijke ordeverstoring die handhaving rechtvaardigt.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De beroepsgrond over de controles uit 2022 behoefde geen bespreking meer omdat de bevoegdheid van de burgemeester niet aan de orde was.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard.