ECLI:NL:RBZWB:2025:4385

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
10104838 MB VERZ 22-833
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens onterecht aannemen samenhang verkeersboetes en toekenning aangepaste proceskostenvergoeding

Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd waartegen beroep werd ingesteld. De officier van justitie vernietigde de boete, waarna gemachtigde namens betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De zaak betrof de vraag of de verkeersboete terecht als samenhangend met zeven andere zaken was aangemerkt.

Op de zitting van 28 mei 2025 verscheen alleen de zittingsvertegenwoordiger van het OM; de gemachtigde was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhang tussen de zaken, omdat deze verschillende gedragingen, personen, locaties en tijdstippen betroffen. Hierdoor was het bestreden besluit, dat een proceskostenvergoeding op basis van samenhang toekende, onjuist.

De kantonrechter vernietigde het besluit en kende een aangepaste proceskostenvergoeding toe, waarbij een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast voor de fase bij de kantonrechter. Voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie werd 0,5 punt toegekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De totale vergoeding werd berekend op €712,00, waarbij een deel van een eerder toegekende vergoeding in mindering werd gebracht, resulterend in een nabetaling van €636,91.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 28 mei 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd en proceskostenvergoeding van €712 toegekend met nabetaling van €636,91.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10104838 \ MB VERZ 22-833
CJIB-nummer : 8062 5422 3514 9258
uitspraakdatum : 28 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking vernietigd. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de zaak onterecht als samenhangend is aangemerkt met zeven andere zaken. Deze zaken zien op verschillende verweten gedragingen, aan verschillende personen, die op verschillende locaties en tijdstippen zouden hebben plaatsgevonden. Er is niets wat deze zaken met elkaar verbindt. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren omdat de hoorzittingen te ver uit elkaar liggen en er dus niet kan worden gesproken van samenhang.

Overwegingen

Met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 7 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
totaal € 712,00
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 600,75 / 8 = € 75,09, zodat de nabetaling € 636,91 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 712,-;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 636,91 dient (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: