ECLI:NL:RBZWB:2025:419
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen vergunning vangen zomerganzen voor populatiebeheer in Natura 2000-gebieden
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een vergunning verleend door het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland voor het vangen van zomerganzen ten behoeve van populatiebeheer in diverse Natura 2000-gebieden. De vergunning is verleend voor de periode van 10 mei 2024 tot en met 31 december 2029.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid en het belang van eiseres en eiser. Eiseres werd ontvankelijk en belanghebbende geacht, terwijl eiser geen belanghebbende was vanwege de afstand tot de Natura 2000-gebieden en het ontbreken van directe gevolgen voor zijn woon- en leefomgeving.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de vergunning terecht is verleend op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming. De langere geldigheidsduur van de vergunning ten opzichte van het faunabeheerplan en de ontheffing vormt geen reden tot weigering. De passende beoordeling is volgens de rechtbank volledig en geldig voor de vergunningperiode. De beroepen zijn daarom ongegrond en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor het vangen van zomerganzen in Natura 2000-gebieden worden ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.