ECLI:NL:RBZWB:2025:4084
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende B.V. is geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2015 van €13.651 en bijbehorende belastingrente. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende in een vaststellingsovereenkomst (VSO) afstand had gedaan van het recht op bezwaar en beroep.
Belanghebbende stelde dat de Belastingdienst zich niet aan de VSO hield en dat het bezwaar ook betrekking had op andere elementen van de aanslag. Tevens voerde belanghebbende aan dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat hij pas in 2024 via een betalingsherinnering op de hoogte was gesteld. De rechtbank oordeelde dat gelet op de VSO en eerdere communicatie de naheffingsaanslag in 2021 bekend was bij belanghebbende, en dat de termijn van zes weken voor bezwaaroverschrijding was verstreken. Ook de coronaperiode en ziekte van belanghebbende rechtvaardigden geen verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank kwam daarom tot het oordeel dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege termijnoverschrijding en dat het beroep ongegrond is. De naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding; de aanslag en belastingrente blijven gehandhaafd.