ECLI:NL:RBZWB:2025:4022
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, een 61-jarige vrouw met diverse fysieke en psychische klachten, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering per 1 mei 2023 op grond van een arbeidsongeschiktheid van 23,15%, onder het vereiste minimum van 35%.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep, die uitgebreid onderzoek deden naar de fysieke en psychische beperkingen van eiseres. De beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank concludeerde dat het medisch oordeel zorgvuldig en gemotiveerd was en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde passende functies vast die eiseres zou kunnen vervullen, rekening houdend met haar opleiding en vaardigheden. Op basis hiervan werd de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 23,15%. Omdat dit onder de 35% ligt, werd de WIA-uitkering terecht geweigerd.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen groter waren, onder meer door klachten als angina pectoris, maar zij leverde onvoldoende bewijs om het medisch oordeel te weerleggen. De rechtbank wees het beroep af en liet het besluit van het UWV in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres slechts 23,15% arbeidsongeschikt is.