ECLI:NL:RBZWB:2025:3641
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor afgewezen wegens onbevoegdheid kantonrechter
De werknemer, werkzaam als docent LB, verzocht de kantonrechter om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen in verband met een interne sollicitatieprocedure voor een hogere functie waarop zij niet benoemd werd. Zij stelde dat de sollicitatieprocedure niet zorgvuldig was verlopen, met name dat er geen gesprek had plaatsgevonden met de benoemingsadviescommissie op 24 mei 2024.
De werkgever betwistte dit en overhandigde een door alle acht leden van de benoemingsadviescommissie ondertekende verklaring waaruit bleek dat het gesprek wel had plaatsgevonden. De werknemer had eerder beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep Funderend Onderwijs, die het beroep ongegrond verklaarde.
De kantonrechter oordeelde dat herziening van een beslissing van de Commissie alleen bij de Commissie zelf kan worden verzocht en niet bij de kantonrechter. Hierdoor is de kantonrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek en verklaarde de werknemer niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht, maar de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 812,00.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor afgewezen wegens onbevoegdheid kantonrechter; werknemer veroordeeld in proceskosten.