Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een verkeersboete opgelegd voor het rijden van 9 km per uur te hard op de N65 Bosscheweg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende met toepassing van een extra wegingsfactor.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die op 2 mei 2025 uitspraak deed. De gemachtigde van betrokkene was niet aanwezig, de officier van justitie werd vertegenwoordigd door mr. E. Morsink. De kantonrechter overwoog dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd niet voldoende vaststond en dat de toepassing van de extra wegingsfactor in strijd kan zijn met het discriminatieverbod van het EVRM.
De kantonrechter verwees naar een eerdere uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin werd geoordeeld dat de wettelijke regeling mogelijk een ontoelaatbare inbreuk maakt op het gelijkheidsbeginsel en het recht op vrije advocaatkeuze uitholt. Daarom werd artikel 13a, tweede lid, van de Wahv buiten toepassing gelaten, het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een proceskostenvergoeding van €550,25 toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de proceskostenvergoeding wordt toegekend en het bestreden besluit vernietigd.