Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Motivering
4.Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar welke betrekking heeft op de hoogte van de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase;
- wijzigt de kostenvergoeding voor de bezwaarfase naar een bedrag van € 624,-;
- stelt de door de heffingsambtenaar te betalen dwangsom vast op € 46,-;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 113,38 aan proceskosten aan belanghebbende.