Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het aanbieden van huishoudelijk afval buiten het aangewezen inzamelmiddel op 11 september 2023 te Breda. Betrokkene maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen, waarna beroep werd ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat betrokkene niet zelf de overtreding had begaan, maar dat een dakloze de afvaldoos uit de container had gehaald en elders had achtergelaten. Dit werd onderbouwd met een geloofwaardige en logische verklaring, mede gezien de nabijheid van een daklozenopvang.
De kantonrechter oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de eigenaar van het afval ook de overtreder is, kan worden weerlegd door een aannemelijke verklaring. In dit geval was er voldoende twijfel over de schuld van betrokkene, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot boeteoplegging en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling van €500. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.