Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mw. [naam], casemanager;
- de echtgenote van betrokkene;
- de zonen van betrokkene;
- de schoondochter van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1945, voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzet zich tegen opname en stelt geen ernstig nadeel te ondervinden. De casemanager en medische deskundigen rapporteren echter een combinatie van dementie type Alzheimer en paranoïde persoonlijkheidsproblematiek, leidend tot ernstige agressie en onveiligheid.
De rechtbank overweegt dat het ontbreken van een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.2 Wzd niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, aangezien de diagnose uit andere medische verklaringen blijkt. De gedragsproblemen van betrokkene resulteren in ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en overbelasting van de echtgenote.
De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk zijn om dit ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig die alleen in een WLZ-accommodatie kan worden geboden. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot 11 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie en psychische problematiek.