ECLI:NL:RBZWB:2025:2704
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Gedaagde zonder recht of titel moet woning verlaten ondanks belangen kinderen
De zaak betreft een geschil tussen [de man] en Stichting Beveland Wonen over het recht op verblijf in een woning. [de man] vordert onder meer dat hij als medehuurder wordt erkend of dat er sprake is van onderhuur, zodat hij de woning mag blijven bewonen. Beveland Wonen vordert ontruiming omdat [de man] zonder recht of titel in de woning verblijft.
De kantonrechter oordeelt dat [de man] de huurovereenkomst in 2016 heeft opgezegd en dat er geen nieuwe huurovereenkomst of stilzwijgende voortzetting is ontstaan. Ook is geen sprake van medehuurderschap of onderhuur, mede omdat het verzoek niet gezamenlijk met [de vrouw] is gedaan en er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding bestaat.
Het belang van Beveland Wonen bij een rechtvaardige verdeling van sociale huurwoningen weegt zwaarder dan het belang van [de man]. De belangen van de minderjarige kinderen, die hun hoofdverblijf bij [de vrouw] hebben, vormen geen belemmering voor ontruiming omdat geen noodsituatie ontstaat.
De kantonrechter veroordeelt [de man] om de woning binnen veertien dagen te verlaten en wijst zijn vorderingen af. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Proceskosten worden aan [de man] opgelegd.
Uitkomst: De gedaagde moet de woning binnen veertien dagen verlaten en zijn vorderingen worden afgewezen.